Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een request ingediend aan de Staten, waarin zij vroegen om „recompense van dat haerluyder kereke ende thoren int belegh van Vreborch deur tgeschut also'o beschadicht es"; „soo in regard vande schade als soberen incommen vande kereke van St. Jacobs" verklaarden de Staten zich bereid (16 Febr. 1590) een obligatie op de Provincie uit te geven: „tot behoufif vande selve kereke een losrenthe te constitueren van achthondert gulden hooftsoms, die men versegelen sall opt selve hypoteecq, daer die renthe van Frans Gerritss. voorde recompense vande schade aen zijnen huyse geleden op verzegelt es, te weeten die Staten-imposten" *).

Het was de Raad, die hier optrad, die het gebruik van kerken schonk en ontnam naar het hem goeddacht, die voor het onderhoud zorgde, die de kerkmeesters aanstelde en van hen rekening en verantwoording vorderde, die hunne beschikkingshandelingen al of niet goedkeurde. Voor een stedelijk eigendomsrecht zou zonder eenigen twijfel meer zijn te zeggen dan voor een kerkelijk; de kerk, de stedelijke Utrechtsche kerk, had met het beheer en de beschikking over kerken en kerkegoederen niets te maken, en heeft dan ook, voor zoover ik weet, nooit beweerd eigenares ervan te zijn; zij had het

I) Reg. v. d. beschr. d. St. Beschr. v. 3 Febr. 1589, punt 40. Cf. ook de beschikking der Gedep. Staten van den 22sten Juli 1630 op het request van de „kerekmeesters ende gemeene gebuyren behoorende onder 't kerspele van St. Jacobskercke binnen Utrecht", waarin deze verklaarden, dat zij „tot kosten vande voorss. kereke" vier wijzerborden aan den toren hadden doen aanbrengen, en met het oog daarop verzochten, dat de Staten hun, ook in verband met de uitgestrektheid hunner parochie — „dat 't voorss. carspel van St. Jacob zeer groot is ende 't voorss. werek mede sal kunnen dienen voor die vande Weerdt, Lauwenrecht ende Veengraft, alle schippers, passanten, als oock arbeytsluyden aldaer"—, eenige klokken zouden willen gunnen „by leninge off ander gratie", terwijl zij tevens de aandacht • er op vestigden, dat er in de Cathrijnekerk klokken hingen, die toch, zeiden zij, niet gebruikt werden, omdat er aldaar geen uurwerk en wijzers waren. In de beschikking op dit verzoekschrift gaven de Gedep. Staten de gevraagde klokken in leen, onder voorwaarde, dat de kerkmeesters bij schriftelijke acte, geapprobeerd door de Vroedschap, erkennen zouden, de klokken niet anders dan in leen te hebben gekregen, terwijl hun tevens werd gelast, de klokken „op haer eygen kosten uyt den toorn vanden voorss. convente" te halen , en de eventueele beschadigingen aan den toren te herstellen.

Reg. no. 59. Derde memoriaal etc. ff. 117 vo. sqq.

Sluiten