Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebruik, haar door den Raad naar goedvinden toegestaan en ontnomen, en daarmee was zij tevreden.

Nadrukkelijk werd van Gereformeerde zijde („Litmaten der ware gereformeerde kereke Christi binnen Utrecht") in een request aan den Raad diens recht erkend: wien „als hoofden ende regierders deser Stadt toecompt te disponeren op de kereken int gemeyn ende soedanige totte waere gereformeerde iöie te 01 onneren als H. E. Stadt betamelick ende de borgerye dienstich is", 31 Aug. 1618 1).

Maar deze tegenstelling is geen alternatief; noch de Kerk noch de Stad was eigenares; in de vier parochiën was alles bij et oude gebleven, de kerkgebouwen met hunne fabrieksgoeeren, beheerd door kerkmeesters bijgestaan door de geburen er parochie, vormden vier afzonderlijke vermogenscomplexen of stichtingen; de Reformatie had daarin niets veranderd.

Reeds art. 19 van den religievrede bepaalde, dat de Magistraat

e -erkmeesters, kosters, organisten en doodgravers zou benoemen en de kerken zou onderhouden.

Zoo werd den 24sten Febr. 1579 door den Raad voor dit jaar Antonis de Ridder benoemd tot kerkmeester van de Klaaskerk 1) Zoo werd den 23sten Apr. van dit jaar door den Raad vastgesteld, dat voortaan jaarlijks tegen den eersten October de kerkmeesters van de Buurkerk vernieuwd zouden worden en dat te dien einde de aftredende kerkmeesters hunne sleutels m den Raad moesten brengen acht dagen te voren i); den x «1 juni maakte de Raad een nadere regeling van de opvolginoin het kerkmeesterschap van de Buurkerk: de kerkmeesters zouden met met doch na elkaar het beheer voeren, elk Gedurende een jaar i). ö

Op denzelfden dag bepaalde de Raad, dat de „dienres vande Buerkerk , die begeerden te blijven, „in horen dienst gecontinueert zouden worden i); waarschijnlijk werden bedoeld koster schoolmeester, organist en doodgraver 2).

Den 22sten Juni werden tw£e ^ ^ ^

als commissarissen van de Buurkerk benoemd, „daer de kerek-

1) Vroedsch. resol.

2) Cf. art. 19 v. d. religievrede.

Sluiten