Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plaats hebben; de geburen van het kerspel, onder wie de Gereformeerden blijkbaar de minderheid uitmaakten, hielden die minderheid buiten de zaken , cn hiertegen kwam de Directiekamer juist op: de Gereformeerde geburen waren even goed parochianen als de ongereformeerde en hadden als zoodanig dezelfde rechten !). Daarom werd de plaats gehad hebbende verkiezing „als contrarie dvoirss. doude maniere van doen geschiet es", gecasseerd, en werd bevolen „den voirss. Schout, Gerechten ende gemeenten tot Cudelsteert voirss., op een pene van twijntich gouden realen tegens den Staeten te verbeuren , die voirss. onordentlijcke verkiesinge datelijck aff te doen, ende op den eersten aenstaenden Sonnendach nyeuwe kerekmeesters te eligeren ende verkiesen, sulex van outs gepleecht es" 2).

Met de Reformatie van het platte land was door de Staten geen haast gemaakt; den 13de» Mrt. 1593 werd door den

1) Cf. pp. 321, 322.

2) Cf. de voorstelling van Dr. Kleyn (1. c. p. 243): „Men kan niet beweren dat de Hervormde Gemeenten de voortzetting waren der oude parochiën; in geestelijken zin waren zij dat wel, maar noch kerkrechtelijk, noch burgerrechtelijk zouden zij

un recht om zich voortzetting te noemen hebben kunnen handhaven. Immers het dusverre geldend kerkrecht ontkende deze bewering ten eenenmale, wist niets van eene constitutie van kerkeraden door eenige leden der parochie, welke kerkeraad voor de geheele oude parochie, ja voor meer dan ééne parochie, tegelijk zoude kunnen optreden. En het burgerlijk recht kon evenmin in eene Gereformeerde gemeente de voortzetting zien van de vroegere onder het pausdom staande parochie, daar er geen het minste verband tusschen beiden bestond, daar de eene kwalijk de reorganisatie van de andere zoude kunnen heeten, daar al de bestaande kerkelijke ordeningen der parochie bij de vorming der Hervormde Gemeente waren overtreden".

Welk een verwarring!

Ik bepaal mij tot de volgende opmerkingen:

10. het Canonieke recht was door de Reformatie van zijn kracht beroofd, en hoe dit over de al of niet reorganisatie dacht, was derhalve van geen belang; alleen het geldende recht kwam in aanmerking.

20. burgerrechtelijk werd de Gereformeerde plaatselijke kerk als reorganisatie der oude parochie behandeld; in den regel wel te verstaan.

30. juist in geestelijken zin zou er tegen de voortzetting het meest te zeggen zijn. 40- de kerkeraad had niets met de parochiale fondsen uit te staan; hij was een nieuw college, terwijl vermogensrechtelijk alles bij het oude bleef.

Sluiten