Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Enkele van deze approbaties door de Gedep. Staten mogen hier volgen, uit welke duidelijk zal zijn, dat de kerkegoederen door de Staten als stichtingsgoed werden behandeld, in welks rechtspositie door de Reformatie geen andere wijziging gebracht was dan wat het gebruik betrof.

28 Sept. 1599: „Approberen de coope in desen geroert, mits dat den inhouden van dyen met kennisse van Symon Claess. van Blanckendaell als ontfanger vande geestelijcke goederen vanden platten lande van Utrecht worde volcommen, ende in cas van afflossinge dat nae voorgaende denunchiatie daervan aende voorn. Heeren Staten ofte heure E. Gedeputeerden te doen ter ordonnantie vande selve Heeren ende mit kennisse vanden voorss. ontfanger in der tijt die affgeloste penningen wederomme werden beleyt tot behouff ende prouffijte der kercke van Lopick". Deze approbatie werd verleend op het request van den kooper.

Het betreffende koopcontract was d.d. 23 Febr. 1597; het was gesloten door de twee kerkmeesters van de kerk van Lopik „na voorgaende speciale convocatie ende kerckspraecke mette gemeente aldaer gehouden ende haerluyder consent daerop gevolcht, mitsgaders oock ten overstaen ende mit approbatie vande E. Heeren Deecken en Capittele der kercke van Ste. Marien t'Utrecht als Ambachtsheeren tot Lopick"; kerkmeesters verkochten erin „tot merckelick vordel ende proufijt der voorss. kercke" twee morgen lands, „de voorss. kercke toebehoorende", in een vasten en eeuwigen erfkoop, „voor heur, heuren successoren ende nacommelingen, kerckmeesters ende gemeente aldaer". De kooper nam op zich te betalen „den 40en penning, die men van dese coop den Staten sLandts van Utrecht gehouden is te betaelen, zulx hy oock tot zijnen coste verwerven zall approbatie van mijn E. Heeren die Staten der coop voorss., zoe verre zulx noodich es". Partijen verbonden voor de goede nakoming „hoerluyder persoonen ende goederen, dselve stellende onder de heerlijcke ende reale executie s'Hooffs ende Gerechte

behouve vande Staten". Uit de aangehaalde notulen van 28 Apr. blijkt, dat deze verhuring door de Directiekamer zonder, ja tegen de kerkvoogdij was geschied, omdat deze de Directiekamer in de verhuring niet had gekend.

Sluiten