Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bewaren souden, totdat zijn Excellencie geadverteert soude zijn, ende dat zy dairomme hemluyden daerinne goetwillich behoren te laten vijnden" !).

Bovendien werd door den Raad aan het Domkapittel gelast zijn kerk te openen; den 14den Juli 1580 werd het bevel herhaald : „datmen andermael de Heren vanden Dom bevelen sal den Dom te openen tusschen dit ende twee uren nade middach, of datmen anders van stadtswegen tselve doen doen sall" 2). Terstond schijnt hierop de Consistoriale gemeente er haar dienst in te hebben uitgeoefend, want den 2Ósten dier maand besloot de Raad, den „ministers ende predicanten vande Gereformeerde religie" te insinueeren, „dat zy inde Domkercke nyet meer en prediken dan mit believen ende consent vande Magistraet" 2). Den 2Ssten verschenen daarop de drie Consistoriale predikanten in den Raad, en verzochten, dat hij hun „gratioselick" zou „accorderen", „dat zy alle Sondage inde Domkercke te negen uren souden mogen prediken, hopende dat Godes Woort daer deur gevordert ende enige inconveniënten, daervan zy gewairschuwet waren, voircommen sullen worden". De Raad persisteerde er evenwel bij, dat voorloopig in den Dom niet zou worden gepreekt, totdat de Prins van Oranje met advies van de Staten anders zou beslist hebben. De predikanten beloofden te gehoorzamen; „dan begeerden te weten, hoe zy hem dragen souden in gevalle die gemeente op Sonnendach de clock aldaer luyden ende inde voirss. kercke vergaderden, om de predicatie te horen ende dairomme hemluyden porden om op stoel te commen". De Raad antwoordde hierop, dat zij de gemeente moesten op de hoogte brengen van zijn besluit en ze tot gehoorzaamheid zouden vermanen. De predikanten verzochten acte van dit alles, en „dat men oick geen andere predicatie oft predicanten aldaer en soude willen toelaten, ten ware die wettelick angenomen ende toegelaten waren by de Gereformeerde kercke mit advijs van Sine Excellencie"; hierop zeide

1) Vroedsch. resol. Toch schijnt de inventarisatie niet gevlot te hebben; cf. de Raadsresolutie van 19 Mei 1580. De Kapittelen wendden zich tot den Prins, die 21 Aug. 1580 den Raad een missive zond.

2) Vroedsch. resol.

Sluiten