Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De beide Utrechtsche Gereformeerde kerken, de Nederduitsche en de Fransche, hadden zich in vieren gesplitst: twee Nederduitsche en twee Iransche kerken waren er ten gevolge van oncenigheid in de belijdenis ontstaan. Van de bestaande twee kerken had zich een aantal leden afgezonderd, omdat de ware Gereformeerde leer niet meer werd verkondigd: twee doleerende kerken waren er zoodoende gevormd naast de twee bestaande.

De Raad vond vooralsnog geen reden, om tusschen de twee partijen te kiezen, en te beslissen, welke van de twee nu eigenlijk de ware Christelijke leer beleed.

Toen dan ook de „bedrouffde [doleerende] litmaten der ware gereformeerde kereke alhier" hem verzochten, dat hun de „vrye ende publique exercitie vande waere gereformeerde religie" zou worden vergund, stond hij dit verzoek toe en wees hij hun daartoe de Buurkerk aan; welk besluit door den Stadhouder en de Gecommitteerden der Generaliteit werd goedgekeurd J).

De Buurkerk bleek echter niet in de behoefte te voorzien; althans werd door de „litmaten der ware gereformeerde kereke Christi binnen Utrecht den Raad, „als hoofden ende Regierders deser Stadt toecompt te disponeren opde kereken int gemeyn ende soedanige totte waere gereformeerde religie te ordonneren als UE. Stadt betamelick ende de borgeryc dienstich is", verzocht, dat hun in plaats van de Buurkerk de ruimere Domkerk, die „met reden den geenen mach worden vergunt, die by de eenmael aengenomen leere der waerheyt (aldaer eertijts door publijcque auctoriteyt ingevoert) tot noch toe volstandelick gc-

l) Vroedsch. resol. Een dergelijk verzoek van de doleerende Fransche kerk werd li Aug. 1618 eveneens toegestaan; aan de „Walsche gemeente" werd vergund de „vrye exercitie vande waere gereformeerde religie" in „eene publijcque plaetse ofi kereke" (aldus luidde het in het request), n.1. inde Kegulierenkerk; de „doleerende gemeente" telde een 30 4 40 communicanten, de andere Fransche kerk telde er een 180. Sommigen dier doleerenden heugde het nog, dat de Regulierenkerk „by de eerste reformatie heure natie oock was geaccordeert". Den tweeden Stadskameraar werd tevens gelast de kerk voor den dienst in orde te laten brengen; terwijl de Raad voorts bepaalde, dat deze beschikking omtrent de kerk den huismrs. van het Weeshuis, waaraan n.1. de goederen van het Regulierenklooster waren toegewezen, zou worden meegedeeld, „dat daeromme zy zulex voor goet hebben aen te nemen". De „minister der Buyrkercke" bood aan ook in de „Walsche kereke" te preeken.

Sluiten