Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gunste de beslissing viel, naar haar zijde ging het genot der goederen en inkomsten (tractement uit de Stadskas). Het gebeurde met de Nederduitsche en Fransche Gereformeerde kerken, naast welke zich twee doleerende kerken hadden gevormd, werpt een helder licht op de verhouding der Gereformeerde kerken tot de door haar gebruikte goederen en de door haar genoten inkomsten: de eenige grond voor dit gebruik en genot was het feit, dat de Overheid van oordeel was, dat zij de ware Christelijke religie beleden en uitoefenden. Toen zij afweken van de leer, die door de Overheid als de ware werd gehandhaafd, verloren zij alle aanspraak niet enkel op de goederen en inkomsten, maar zelfs op erkenning als rechtspersoon (althans strikt genomen); en de door haar opengelaten plaatsen werden ingenomen door de kerken van afgescheidenen, eveneens op den grond, dat zij van de ware Christelijke leer de belichaming waren. De leer, en deze alleen, was de sleutel, die voor de kerken den toegang tot de stoffelijke goederen ontsloot.

In het genot van Dom en Janskerk waren dus gesteld twee door afscheiding van de oude, bestaande gemeenten zich gevormd hebbende nieuwe, terwijl die oude niet meer als kerken werden erkend. In zekeren zin derhalve een herhaling van wat bij de Reformatie was geschied: toen hadden twee nieuwe lichamen, de Consistoriale kerk en de Fransche kerk, het genot dier 'gebouwen gekregen, dat hun thans weer ontnomen was; en thans ontvingen wederom twee nieuwe lichamen *), de voormaals doleerende kerken, het gebruik ervan.

Iets anders ware het geweest, als de Gereformeerden, die de afwijking der Gereformeerde leer met droefheid gadesloegen, in de kerk waren gebleven, hopende op betere tijden, en zich niet als een afzonderlijke kerk hadden georganiseerd; wanneer dan de Overheid hun ergernis billijkende hun kerk had gereformeerd , gelijk zij het eertijds de parochiën had gedaan, door

i) De beide afgescheiden kerken toch waren dit inderdaad: een aantal lidmaten had zich uit de bestaande kerken afgescheiden en zich onder goedkeuring der Overheid geheel georganiseerd, met predikanten en kerkeraad, naast en tegenover de bestaande kerken.

Sluiten