Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ging de verkoop door i). Den agaten Apr. 1588 werd besloten, ook de blauwe zerken plus ofïferenti te verkoopen, behoudens rechten van derden op deze 2).

Dergelijke handelingen zijn alleen uit oorlogsnoodzaak te verklaren en houden geen verband met de Reformatie, zoodat het buiten mijn bestek valt er nader op in te gaan 3).

§ 4. De conventuale kerken in de Stad Utrecht.

Wat de conventuale kerken betreft, deze verkeerden uit den aard der zaak in dezelfde rechtspositie als Jiet gansche kloostervermogen, waarvan ze een deel uitmaakten. Toch acht ik het wenschelijk, ze reeds te dezer plaatse te behandelen, omdat op dien algemeenen grondslag de Raad te haren opzichte bijzondere beschikkingen nam, die door hem in het algemeen niet werden "genomen als over kloostergoederen maar als over kerken; voor

1) Cf. de Vroedsch. resol., 28 Nov., 1 Dec. 1587.

2) Cf. de Vroedsch. resol., 16 Mei 1588. Voor de kerk van St. Marie cf. de Vroedsch. resol., 14, 15, 16, 26 Mei; 18 en 26 Juni; 8 Aug. 1582.

3) Deze was ook de grond van het besluit van Matthias van 19 Febr. 1578, waarbij het Hof van Utrecht gemachtigd werd commissarissen te benoemen , „om te bedwingen ende doen bedwingen realicken ende mitterdaet soe wel de voirss. Geestelickheyt als die communaulteyten, steden, bruerschappen oft confraryen, hun voirss. silverwerck [sc. „hun baggen, gout, silvere, juwelen ende andere silverwerck dienende totter kercken ende nyet gewijt ofte gesacreert zijnde"] te leveren opde obligatiün voirscreven"; deze commissarissen zouden het bij goeden inventaris in ontvangst nemen en „lenen" ten behoeve der Gen. Staten, „die hen verobligeren ende verbinden souden deselve hen weder te geven in spetie oft nature oft in sulcken staet als die jegenwoirdich zijn". „Waeromme zy egene occasie en sullen hebben hen des te beclagen, sonderlinge angesien dat de saicke hen soe nae raeckt als zy zelffs weten, ende dat hun welvaert jae hun eygén leven dair an hanot ende dependeert".

Het Hof committeerde „omme te inventariseren het silverwerck vande kercken, gemeynten, broederschappen etc. binnen deser Stadt Utrecht wesende", etc. den Schout, een Burgemeester en een Schepen van Utrecht. Copiebk. K., no. 15. Stadsarch. Utr.

Uit een soortgelijk besluit van de Staten van Holland (19 Juli 1572) weet Ds. C. Segers (1. c. pp. 14, 15) een bewijs te putten voor zijn theorie, dat de Reformatie de oude kerken etc. ophief en hare goederen aan den Staat deed vervallen. Sunt certi denique fines! Een gedwongen leening, n. 1). vóór het verbod der Roomscbe religie, kan moeielijk bewijzen, dat de Reformatie de geestelijke goederen tot Provinciaal eigendom heeft gemaakt!

Sluiten