Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

catechisatie, die vóór dien in de kerk van het Jeruzalemklooster werd gehouden !).

Op 8 Oct. 1655 werd door den Raad aan de commissarissen en den rentmeester van het Agnieteconvent gelast, „te doen accommoderen ende opstellen het kerckgen van 't selve convent, omme aldaer in plaetse van Nicolai-kerck (alwaer vermits de contagieuse sieckte niet wordt gepredickt) te catechiseren" *).

Den 2gsten Nc>v. 1656 werd door den Raad aan Tibault de Lange „provisionelick toegestaen te gebruycken" het AbrahamDolekerkje, op voorwaarde dat hij boven den steenen vloer op eigen kosten een plankenvloer zou maken en het apothekers en chirurgijnsgilde in hun vergaderen en anatomiseeren niet zou hinderen J).

Den 29s'en Dec. 1656 besloot de Raad de gebouwen van het Melatengasthuis te verkopen1); den 22sten Aug. 1657 bepaalde hij, dat uit de opbrengst van het daarbij verkochte kerkgebouw de Geertekerk zou worden gesubsidieerd x).

Den ioden Jan. 1659 bepaalde de Raad, dat de Jeruzalemskerk publiek zou worden verkocht door de commisarissen en den rentmeester van het betreffende klooster, ter subsidieering van de Geertekerk J). Ten gevolge daarvan verwees hij den 24ste« Mrt. 1659 de catechisatie, aldaar gehouden wordende, naar een kapel op het Oudmunsterkerkhof 1).

24 Jan. 1659: de gecommitteerden en de rentmeester van het convent van Arkel werden door den Raad gemachtigd, in het openbaar aan den meestbiedende te verkoopen „het kerckgen van Arckelsconvent", opdat uit de opbrengst het Nicolaikerksteegje verwijd zou worden x).

Uit deze opsomming van losse feiten valt het volgende af te leiden: evenals over dg parochiale en collegiale kerken beschikte de Raad over de conventuale; hij deed zulks niet als eigenaar (tenzij van een eigendomsrecht blijke, waarover later), maar in zijn hoedanigheid van Stedelijke Overheid, hetzij dan over deze gebouwen beschikkende als over kerkgebouwen, — „kereken, chooren ende diergelijcke plaetse", zooals den 2östetl Mrt. 1634

1) Vroedsch. resol.

Sluiten