Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Raad zijn bevel daartoe, het verscherpende door te bepalen, dat zijne gecommitteerden de goederen zelve in ontvangst zouden nemen: twee Schepenen committeerde hij, om van alle broederschappen, „gelegen hebbende" in de Buur-, Jacobs-, Klaas-, Geerte-, I'redikheeren- en Minrebroederskerken, „mitsgaders van de genen, die bewijnt hebben vandc memoriën, die men inde selve kereken plach te houden", „te eysschen, nemen ende ontfangen" bij goeden inventaris alle goederen, roerende en onroerende, „mit die originale brieven, rekeningen, munimenten ende ander bescheyt dair toe dienende, die tot dselve broederschappen ende memoriën toebehorende zijn"; hun op het hart drukkende toch „sommierlick in alder diligentie te procederen" en de onwilligen op Hazenberg te doen gijzelen, totdat zij hetgeen hun bevolen werd zouden hebben gedaan*)2).

„Omme mit de broederschappen ende de Heren vande memoriën ende diergelijcke, die te vreden zijn hare goederen de Magistraet over te leveren", een accoord te maken omtrent een hun jaarlijks uit te keeren recognitie, zoolang de betrokken personen leven zouden, werden 7 Mrt. 1580 door den Raad twee gecommitteerden aangewezen !).

Ook de resolutie van 29 Dec. 1579 leverde blijkbaar nog niet het gewenschte resultaat 3).

In het algemeen waren de broederschappen met hunne goc-

1) Vroedsch. resol.

2) Tevens benoemde de Raad twee andere gecommitteerden, om bij inventaris te ontvangen „vande voirgaende kerekmeesters vande Buyrkerck ende anderen, die enige der voirss. kereken meublen ende anderssins onder hem hebben", „alle de meublen ende anderssins, die zy onder hem hebben, de voirss. kereke ofte enige broederschappen oft andere particuliere toecommende, ende voirts alle dselve goederen by kennisse vande kerekmeesters tot behouff vande selve kereke te vercopen ende te gelde te maken".

3) De Raad benoemde nl. 18 Juni 1581 nogmaals een commissie, om inventaris te vorderen van de goederen der broederschappen in de Geerte- en Klaaskerken. Cf. het besluit van 21 Apr. 1580, waarbij L. Spruyt gelast werd over te leveren „alsulcke ciborie ende ander silverwerek, als toe te behoren plach de Sacramentsbroederschap inde Weerde ende hy na hem genomen heeft, om volgende de begeerte vande gemeen buyren inde Weerde vercoft, ende de penningen vandien commende gecmployeert te worden tot reparatie vande gevallen brug ende r.ndere saken, de gemeen buyren angaende", op boete van ƒ 12. Vroedsch. resol.

Sluiten