Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat deze toestand niet bestendigd kon blijven, lag voor de hand; de broederschappen hadden immers, zoolang de Overheid zich er toe bepaalde om halverwege te reformeeren door enkel te verbieden de goederen tot de Roomsche „superstitiën" te doen strekken zonder er tevens andere doeleinden voor aan te wijzen, en zoodoende de leden der broederschappen vrij liet uit de opbrengsten dier goederen te brassen, haar reden van bestaan verloren.

Den i6den Oct. 1615 kwam er dan ook van wege de Burgemeesters en het Gerecht een voorstel in bij de Vroedschap, om de broederschapsgoederen tot nuttiger doeleinden te doen strekken.

Er was n.1. „tot meerder handhavinge van alle goede tucht ende eerbaerheyt" door de Burgemeesters en het Gerecht besloten met goedvinden van de Staten, om een tuchthuis *) op te richten, „int welcke nyet alleen de vagabonden, daervan de goede ingesetenen dickwils grooten overlast lijden, maer oock vroomen lieder kinderen, die door onbehoorlijck debauchement anders tot vorder verloop lichtelijck zouden kommen te vervallen," sullen werden gestelt, om die zelve door exercitie van alle ongeregeltheden ende quaet schandaleus leven allengskens aff te trecken ende tot goede ordre te brengen", waartoe door de Burgemeesters en het Gerecht besloten was, o. a. „temployeren de middelen ende innekommen van zeeckere

gunstig beschikt: „consenteert den supplianten voor soo veel hun angaet den jaerlicxen erffpacht in dezen verhaelt te mogen affcoopen mette somme van tweehondert gulden, mitz dat de selve penningen gebracht ende gelevert sullen worden in handen van den substituut-Schout Lochorst ende Bor, Schepenen, omme by hare E. inde kiste, vande voorss. broederschappe competerende ende in dezer Stat raethuys berustende, geleyt ende bewaert te worden, die daertoe by dezen als oock tot het transporteren vande voorss. erffpacht worden gecommitteert". Van deze broederschap schijnen de goederen dus van wege den Raad beheerd te zijn; doch ook niet meer dan dat; uit het „voor soo veel hun angaet" blijkt duidelijk, dat de Raad deze goederen niet als Stadsgoederen beschouwde.

1) Over het Tuchthuis is het een en ander meegedeeld door Mr. J. Domela Nieuwenhuis in het Tijdschrift voor Strafrecht, Dl. XIV. pp. 147 sqq. Het werd gevestigd in het Nicolaiconvent (bagijnenklooster).

In 1633 is het opgeheven. Cf. de Vroedsch. resol., 24 Jan., 25 Mrt., 23 Apr. 1633.

Sluiten