is toegevoegd aan uw favorieten.

De geestelijke en kerkelijke goederen onder het canonieke, het gereformeerde en het neutrale recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mits dat sy gehouden sullen vvesen jaerlix uyt dselve goederen aenden armen soe veele te verstrecken als de fundatie vande voorss. broederschappe mede brengt; dat sy oock met kennisse vanden rentmeester vande gebeneficiecrde goederen sullen mogen verhuyren de landen aende pastorye tot Vrelant behoorende, mits aenden selven rentmeester jaerlix ten behoorlicken termij ne betalende soe veele als die nu jegenwoordelijck gelden ende tsurplus tot onderhoudt vanden voorss. schoolmeester mede te employeren; dat sy oock ten fyne voorss. sullen mogen verhuyren het costers-uyterdijckgen, oft daerde daer inne wesende ten meesten oirbaer vercopen", etc.; den koster moesten zij jaarlijks f. 25 betalen, die zij vinden mochten bij omslag „over de gemeente van Vrelandt". Jaarlijks moesten zij rekening en verantwoording doen *).

Hier werd alzoo door de Gedep. Staten op dezelfde wijze gehandeld met drieërlei soort van goederen: broederschaps-, pastorie- en kosteriegoederen; alle drie werden aan 't Gerecht en den predikant in beheer gegeven, om ze aan te wenden ten behoeve der school e. a., onder de verplichting de door de fundatiën, waarvan zij het beheer en genot ontvingen , verschuldigde uitkeeringen te doen, en van hun beheer rekening en verantwoording af te leggen. De bestemming der broederschapsgoederen werd dus geregeld, zooals art. 5 van het Redressement het beoogde, doch niet het beheer. Het eigendomsrecht bleef natuurlijk bij de fundatiën -).

1) Keg. no. 59. Memoriaal etc. ff. 134 sqq.

2) Cf. het besluit der Ged. Sf. van 25 Mrt. 1613, houdende approbatie van den verkoop van land der O. L. V. broederschap te Nichtevecht, wier vermogen in beheer en genot aan de kerk aldaar was toegewezen, door Schout, Schepenen en kerkmrs. van N. ten overstaan van de gecommitteerden en den rentmr. der Geben. goederen;

een dergelijk besluit van 10 Apr. 1617, dezelfde broederschap rakende; tot het transport werden gemachtigd de rentmr. der Geben. goederen, gecommitteerden van het Gerecht en de kerkmrs.;

hun besluit van 26 Nov. 1622, waarbij aan de kerkmrs., de procurators van het gild te Breukelen en den Ambachtsheer toegestaan werd een huisje ervan te verkoopen, om de reparatiekosten van pastorie, kerk en toren te B., die de kerkfabriek niet dragen kon, terwijl ook een leening haar te zeer zou drukken, te helpen dekken. Reg. no. 59. Tweede mem. ff. 48 sqq., 181 sqq., 253 sqq.