Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1603 de broederschap met hare procurators, gehoord het rapport van zijne gecommitteerden tot het hooren en sluiten der vijf laatste rekeningen van dit gasthuis, om „het gasthuys wederom te brengen tot een beteren staet", hun verbiedende zich met „het voorss. gasthuys ofte derselver goederen int alreminste te bemoeyen noch onderwijnden", en bepaalde hij, dat men „daertoe soedaene parsoonen stellen" zou, „als den Raet bevijnden sall ten meesten oirbaer te behooren" x) 2). Een paar jaren later (18 Nov. 1606) schafte de Raad het oude gebruik van dit gasthuis om bedelaars te herbergen af en verbood hij den regenten, huismeesters en gemeenen broeders voortaan „passanten noch vreemdelingen" op te nemen; zij mochten alleen „eerlicke armen ende vrouwen binnen de Stadt Utrecht ende de vryheyt vandyen woonachtich" in onderhoud aannemen, naar de draagkracht van de gasthuisgoederen; „interdicerende mitsdyen allen vagebunden, passagiers, ledichgangers ende allen anderen, nyemant wtgesondert, van nu voortsaen het voorss. gasthuys om eenich logies off harberge te solliciteren ofte hun te dien fine daer in te begeven, op poene van arbitrale correctie" *) 3).

Ook hield de Raad toezicht op het vermogen der gasthuizen. Zoo beval hij, 10 Oct. 1586, dat alle gasthuizen binnen het gebied der Stad gelegen een paar van hunne laatste rekeningen op het stadhuis zouden doen brengen, opdat hij hunne uitgaven voor de jaarlijksche „refectiemailtijden" mocht leeren kennen, en verbood hij deze maaltijden, gelastende de gelden er voor besteed bij provisie aan den Eersten Stadskameraar af te dragen, „om op de distributie van deselve penningen byden Rade gedisponeert te worden, so bevonden sal worden te behoren" !). Den 3osten Aug. 1602 eischte de Raad van de huismeesters van het St. Jobsgasthuis binnen 14 dagen rekening en verantwoording te doen; en in het volgende jaar werd,

1) Vroedsch. resol.

2) Cf. de resolutie van 22 Jan. 1603

3) Den ióden Jan. 1609 werd dit verbod andermaal uitgesproken; de regenten en broeders van de gasthuizen buiten de Weerd en buiten de Wittevrouwenpoort moesten ze „tot een beter Christelick gebruyek destineren". Vroedsch. resol.

Sluiten