Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben gezien, door den Raad ook in geestelijke zaken zoo angstvallig werd bewaakt.

Door het Redressemcnt werd in werkelijkheid in de verhouding van Stad en Kapittelen ten opzichte der predikantsbezoldiging c. a. niets veranderd. De Stad bleef de predikanten betalen, en trachtte zooveel zij kon deze gelden op de geestelijke goederen te verhalen ; gemakkelijk ging dit laatste niet*).

Uit de Raadsresolutie van 3 Mrt. 1589 blijkt, dat de Raad de bijdrage der Kapittelen tot ƒ. 2800 had weten op te drijven ; niet in eens echter; vóór dezen hadden zij in ƒ. 2000 toegestemd, en deze som dan ook een tijd lang betaald. Noch van de subsidie van f. 2000 noch van die der f. 2800 schijnt evenwel een contract te zijn gesloten. De Kapittelen streefden er dan ook naar den contractueelen toestand weer in het leven te roepen: een bijdrage van f. 1400 en niet meer2). De Raad wilde van geen vermindering weten; er werd voorgesteld, dat op de kleine of tweede clergie 3) een gedeelte dier gelden zou worden overgebracht, waartegen de Raad geen bezwaar had, mits de tweede clergie de Kapittelen subvenieerde, zoodat deze altijd jegens de Stad aansprakelijk bleven en steeds voor het geheel door haar konden worden „gemaand" 4). Den 3den Jan. 1592 verklaarde de Raad dit nogmaals uitdrukkelijk 5), naar aanleiding der Statenresolutie van 27 Oct. 1591 » ^'e Kapittelen met f. 800 verlicht had door deze te verdeelen over het Duitsche Huis, St. Catharina, St. Paulus, Oostbroek en de Karthuizers (respectievelijk: f. 100, ƒ. 200, f. 300, f. 100, ƒ. 100) 6).

Ook met die ƒ. 2800 kwam de Raad niet uit; 30 Aug. 1596 constateerde hij, dat „t'onderhoudt derselver predicanten ende appendenten vandyen" bedroeg meer dan ƒ. 3600, „behalven d'augmentatie vandyen, die jegenwoordich versocht

1) Cf. de Vroedsch. resol., 3 Mrt. 1589.

2) Cf. 't Reg. v. d. beschr. d. St. Beschr. v. 3 Febr. 1589, punt 33; 13 Jan. «59°-

3) Cf. p. 306. Mr. Verloren (L c. p. 132) meent ten onrechte, dat met de tweede clergie de parochiekerken bedoeld werden.

4) Vroedsch. resol. 7 Dec. 1590, 29 Mrt. 1591. Reg. v. d. beschr. d. St. Beschr. v. 23 Febr. en 22 Oct. 1591; 27 Oct. I591-

5) Vroedsch. resoL

6) Cf. Vroedsch. resol., 9 Mei 1592-

Sluiten