Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bepaalde, den substituut-Schout gelastende dit het kapittel aan te zeggen. Deze kosten werden echter niet hoog opgevoerd: „verstaet de Raedt, dat tselve Capittele sall moeghen volstaen mits geduerende tleven vant voorss. vundeling off dat het anders bequaem wort om zijn cost te winnen, jaerlicx betaelende tot onderhoudt vandien 25 gulden, ofte voor eens hondert vijftich gulden, des zy hier van ende oock diergelijcke vundelinge, die noch soude moegen coomen, sullen blijven ongemolesteert" x). Toen het kapittel in mora bleef het voorstel aan te nemen, beval de Raad, dat het binnen vier dagen moest geschieden, op boete van ƒ. 50, half voor den Officier en half voor de armen2). Hierop besloot het kapittel te betalen ƒ. 150 in eens 3).

Uit het feit, dat de predikanten en andere kerkelijke functionarissen uit de Stadskas, althans direct, hun bezoldiging trokken, mag niet worden afgeleid, dat zij Stedelijke ambtenaren waren. Ten gevolge van het officieele of publieke karakter der Christelijke gereformeerde religie waren de ministers van deze in een dubbelzinnige positie; dit nam evenwel niet weg, dat zij een kerkelijk, geen politiek ambt bekleedden, dat zij in dienst waren der Kerk, niet van den Staat; maar uit hoofde van het feit, dat de Staat één belijdenis als de ware en de op haar gebaseerde Kerk en eeredienst als dc Kerk en den eeredienst erkende, in welker stoffelijke behoeften door hem moest worden voorzien, stonden zij tot de Overheid in nauwere betrekking dan de functionarissen van andere kerken.

Reeds de omstandigheid, dat de Raad onderscheid maakte tusschen Stads- en geestelijke goederen, en eischte, dat uit

1) Vroedsch. resol., 6 Oct. 1599.

2) Vroedsch. resol., 5 Jan. 1601.

3) Het kind werd uitbesteed: „Langeraecks huyssvrouw toegeleyt by provisie een gulden ter weecke, tot behoeff off onderhoudt van tkijnt inden Dom tot vundeling geleyt", 2 Mrt. 1601.

Een soortgelijke post als de in den tekst bedoelde werd den 23sten Dec. 1605 door den Raad opgelegd aan de begijnenconventen van Brandoly en Bethlehem: zij moesten respectievelijk f. 30 en f. 15 per jaar betalen, als bijdrage voor het onderhoud van het nagelaten dochtertje van Mr. J. Uuerinck, in zijn leven schoolmr. van St. Hieronymus. Vroedsch. resol.

Sluiten