Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat het hier een deel gold van hun eigen vermogen, waarmede zij zestig jaren lang anderen hadden laten omspringen? Waarom zeiden zij dit dan niet ? Het ware toch eenvoudig genoeg geweest. Men moge den invloed van een ambachtsheer, vooral als dit een van Renesse was, op de leden der Staten nog zoo hoog aanslaan: dat deze ver genoeg reiken zou, om zoo langen tijd Provinciale domeinen eenvoudig aan het Provinciale beheer onttrokken te doen blijven en bovendien den administrateur er zijde bij te doen spinnen — uit den zoo dadelijk te vermelden staat blijkt, dat het vaste inkomen der pastorie minstens ƒ. 892, 5 stuiver bedroeg —, is zonder overtuigende bewijsgronden niet wel aan te nemen.

De grond was dan ook, zooals ik zeide, een geheel andere.

De tractementen der plattelandspredikanten waren door de Staten met ƒ. 100 verhoogd. Voor Johannes Porselius, dienaar te ter Aa, beteekende dit echter nog niet, dat hij deze verhooging nu ook werkelijk ontving; Nicolaas van Renesse, „collator ende betaelshere der pastorye" aldaar, zat tusschen hem en de Staten. Niet alleen dat deze, die, zooals uit zijn titel reeds blijkt, de pastoriegoederen beheerde en den predikant zijn bezoldiging uitkeerde, slecht op tijd betaalde (op den 2tlen Juni 1646 was Ds. Porselius zelfs drie van de kwartalen, waarin volgens Statenordinantie de tractementen moesten worden betaald, ten achteren), thans weigerde hij ronduit de ƒ. 25 per kwartaal meer uit te keeren. Zijn gedrag had aan Porselius reeds verschillende requesten aan de Staten doen zenden, de „iterative doleantie, die hem de hoge nood uytparste", baatte niet; hij wilde zich eerst informeeren, „off" — aldus formuleerde Porselius het in een zijner requesten — „andere collatores ende collegiën, predicanten betalende, sulcx gehouden waren te doen ende inderdaet dede, ofte dat sulcx ware een liberale munificentie van hare Ed. Mo. selve ende sullende U Ed. Mo. eygen lasten staen," zoodat de verhooging alleen gelden zou „ter plaetsen, waervan hare Ed. Mo. als collatores ofte anders eenigh recht ofte gesagh sijn hebbende".

Den 6('en Sept. 1644 besloten de Staten aan den Heer van Renesse „eenen sachten brieff" te doen zenden, waarin hem verzocht werd het tractement van den predikant te augmen-

Sluiten