Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geworden en door obligatiën, veelal ten laste der Provincie, vervangen. In de rekening van den rentmeester der Geben. goederen over 1778 werden als pastorieinkomsten verantwoord, behalve verschillende tienden, erfpachtscanons, betalingen door kerkmeesters van wege de fabriek, en uitgangen, de interessen van obligatiën, terwijl alleen van de pastorie te Vreeland nog een landhuur werd ontvangen: „De kerkmeesteren van Vreeland betalen jaarlijks wegens de pastorijlanden de somme van seven en vijftig gulden, zijnde de pagt van negen mergen en vijf hond land" (f. 40); voorts werd voor drie pastorieën 3 X ƒ■ 3°° ontvangen: die van Amerongen, van wege het kapittel van St. Pieter (f. 2), die van Lopik, van wege het kapittel van St. Marie (Statenresolutie 2 Apr. 1595) (f- 3°)» beide sommen „in plaatse van" de pastoriegoederen, - en die vanHarmelen, van wege de commanderie van Harmeien (f. 32 v .).

In 1779 werden de verschillende obligaties ten laste der

breed spleet, waardoor afbraak en het bouwen van een nieuwen toren noodig was, en verzochten om consent tot den verkoop van „de parthyen van landen mde mede annexe memorie vervat aende pastorye aldaer behoorende", „mits dat tot prouffijt vande selve pastorye uytte cooppenningen soude blijven alsulck capitael daervan de jaren renthen de jaren pachten der voorss. landen gelijck souden sijn . De Gedeputeerden stonden het toe, onder den last dat de bedoelde som „gehypo-

tequeert ende belijt sal worden op goede vaste onderpanden ter meester verseeckennge

ende vordele der voorss. pastorye"; alles moest geschieden ten overstaan van twee gecommitteerden, waaronder de rentmr. der Geben. goederen Mr. C. Marlens, die gemachtigd werden tot het transport. Den 25sten >Irt. 1635 kwamen de Gedeputeerden er in zoo verre op terug, dat de Heer van Zuylen zelf tot de bedoelde handelingen gecommitteerd werd, doch „ten overstaen" van de twee genoemde gecommitteerden. Reg. no. 59. Vijfde mem. etc. ff. 123 sqq.,

hun besluit van 6 Sept. 1661, genomen op het verzoek van den Heer B. Schaeck, Ambachtsheer van Ankeveen, tot de Staten geriebt, als hebbende „de opperste macht ende authoriteyt over de gebeneficeerde goederen", om een morgen „pastoryegoed" te mogen koopen, en op het rapport van gecommitteerden van de Staten — „omme aengaende de coop vande versochte eene mergen landts ten meesten oirbaer ende minste costen vande pastorye eude kereke ter Aa met den suppliant te handelen op rapport ende behagen vande Heren hare Ed. Mo. ordinaris Gedeputeerde» „gunnen ende accorderen... den suppliant in coPe de eene mer=en pastoryland spetterende aende kereke Ter Aa", zullende de koopprijs betaald moeten worden aan den ontvanger der Geben. goederen, die hem in zijn rekening verantwoorden moest en gemachtigd werd tot het transport. Keg. 110. 59- Ze\en e mem. etc. tl. 919 sqq.

Sluiten