Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meesters) de uitkeeringen „voirde pastoren ende costers, die vande kerek geloont werden", ontvangen zou *).

In de aan de vicarieën gewijde artikelen van de Orde -) (4, 5> 6, 30, 31) komt de strekking der gansche Orde, conservatie en reformatie, duidelijk uit; de oorspronkelijke bestemming der vicariegoederen, het lezen van zielmissen, was door het verbod der Roomsche religie tot afgoderij gestempeld, zoodat reformatie der vicarieën noodig was; deze reformatie gaven de Staten in de artt. 4 en 5, die, althans art. 4, de nieuwe verplichtingen der vicarissen regelden. De tegenwoordige vicarissen bleven hun leven lang in het genot der vicarieën, zonder dat zij' er iets meer voor behoefden te doen; al hunne verplichtingen als geestelijken vervielen ten gevolge van het verbod der Roomsche religie; 30 Mrt. 1580 hadden de Staten de verplichte tonsuur afgeschaft: „dat die enige beneficiën voirtan zullen accepteren, conform de religionsfrede niet en zullen gehouden zijn tonsuram clericalem te hebben, ende dit zoo wel binnen als buyten die Stadt ende Steden, alzoo die Staeten mitte zelve daer over gedispenseert hebben ende dispenseren by dezen" 3); na hun overlijden echter, of in het algemeen na het openvallen of ledig worden eener vicarie zou haar bezit geen sinecure meer zijn, doch verplichten tot de studie voor dienaar des YVoords. De vicarieën in de parochiekerken der Stad Utrecht gesticht werden aangewezen als een der bronnen, die de bezoldiging der stedelijke predikanten zouden opleveren 4).

1) Vroedsch. resol. Cf. het besluit van 7 Mrt. 1580.

2) Cf. de op p. 279 meegedeelde Statenresolutie van 6 Juni 1580.

3) Reg. v. d. beschr. d. St. Beschr. v. 3° Mrt. 1580, punt 12.

Deze resolutie werd genomen ter beslissing van de vraag, of de religievrede ook ten platten lande zou gelden. „De religionsfrede brengt mede, dat dgene, die enige benefitiën aenvaerden, niet gehouden sijn tonsuram clericalem te ontfangen; ende is tselve by resolutie van de Staten geconfirmeert a°. 1580", stond m margine in het reg. v. d. beschr. d. St., afschrift voor de Ridderschap (Statennotulen no. 5).

4) 5 Febr. 1582: De Staten droegen aan de Directiekamer op, een staat te maken „vant getall ende weerde vande vicariën ende de qualiteyt vande fundatie vande zelve vicarien, collateurs vandien,, metsgaders oock vant incomen vande kerekegoederen, om tzelve gesien opt onderhouden vande predicanten gedisponeert te mogen werden". Dit betrof de 4 parochiekerken van Utrecht.

Reg. v. d. beschr. d. St. Beschr. v. 14 Febr. 1582, punt 13-

Sluiten