Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daertoe gercchticht elcx pro rata, mits dat die portie vanden geenen, die verstorven sijn ende noch versterven sullen, accresceren ende commen sal ande Buyrkerck, gelijck als St. Jacob gedaen wort, sonder dat yemants daertoe de novo geadmitteert sal werden.

De kerckmeesters sullen vvt de rekeningen van Floris van Wede doen extraheeren alle de vicariën vande Buyrkerck mette goederen daeraen behoorende. Ende indien dan daer noch eenich resten sullen, daeroff den possesscurs met vruntschap aenspreken, om te mogen commen tot inventaris vande goederen aen heur respective vicariën behoorende, ten eynde die nyet verdonckert en werden.

Alsoe in de Buyrkerck eenyge vicaryen sijn, daeroff de fundatie innehout, dat den ontfanck der goederen van dyen wesen sal by de kerckmeesters, soe sullen de kerckmeesters alsnoch arbeyden, om den ontfanck van alsulcke vicariën weder aen hun te crijgen, ende daeroff den possesseurs wtdeylinge te doen volgende de fondatiën, tot dat die verstorven ende anders daerop gedisponeert sal zijn" J).

Wat betreft de hier bedoelde memoriegoederen is ons reeds gébleken, dat hun administratie, te zamen met die der memoriegoederen der Jacobskerk aan een afzonderlijken rentmeester

i) Vroedschapsresolutiên. In de rek. van Oudwijk over 1613/14 vond ik (f. 110) den volgenden post:

„Inden eersten betaelt aen handen van die predicant meester Henricus Caesarius als ontfanger vande vicariën alhier binnen Utrecht ten behoeve vande choorgesellen inde Buerkercke" etc.... 2 £'. 12 s. 12 p.

Deze betaling geschiedde vroeger aan de koorgezellen zelve; cf. bv. de rek. over 1568.

In de rek. over 1628/29 (f- I44) kwam dezelfde post aldus voor:

„Inden eersten betaelt aen handen van Reyndolff Cleynhoudt, coster vande Buyrkercke tUtrecht, als ontfanger vande vicariën alhier binnen Utrecht ten behoeve vande choorgesellen vande Buerkercke" etc.... 2 £. 12 s. 9 dr.

De rek. over 1640/41 (f. 173) bevatte dezen post aldus:... „betaelt r.en handen van Cornelis Jacobss. Noest als onderkerckmeester vande Buerkerck" etc.

Dito in de rek. over 1650/51 (f. 249).

Later werd deze betaling geboekt als gedaan aan „de kerckmeesters vande Buyrkerck", bv. in de rekening over 1701/02 (f. 79).

Kennelijk hebben we hier te doen met een gevolg van de resolutie van 1593. Inv. v. d. arch. d. kap. en kl. no. 415.

Sluiten