Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ciaal de kapittelgoederen, en dat dienovereenkomstig door den Raad deze gelden zooveel doenlijk op de Kapittelen verhaald werden. Dit deed hij blijkbaar liever dan de ervoor in aanmerking komende vicarieën aan te spreken. De Kapittelen beklaagden zich hier dan ook over, o. a. in een den 5<len Dec. 1655 aan de Gedep. Staten aangeboden geschrift *). De Raad vond het een ongepast stuk en niet waard, dat men er aandacht aan schonk. Toch heeft het de Staten misschien geprikkeld om uitdrukkelijk aan den Raad het recht te verleenen van de vicarieën in de parochiekerken tertiën te heffen; hetgeen geschiedde bij resolutie van 23 Apr. 1656, nader bekrachtigd 5 Dec. 1661 en 15 Aug. 1666-'). Den 9<kn JUH 1657 legden de Burgemeesters aan den Raad de lijst van de in de vier parochiekerken gefundeerde vicarieën over, „waervan volgens voorgaende Staetse resolutie jaerlicx een derde part vant incomen aenden Cameraer deser Stadt uytgekeert moet worden"; de Raad benoemde toen een commissie om deze lijst te examineeren en een onderzoek naar de possesseurs dier vicarieën in te stellen 3).

Men ziet hieruit, hoe weinig de Raad zich om de vicarieën

1) Zij beriepen zich op den religievrede van 1579, „gearresteert ende gepubliceert tusschen de vijff Collegicn ter eenre ende de gemeene hopluyden ende bevelhebberen met de Magistraet der Stadt Utrecht ter andere sijde", waarvan art. 18 in fine de zorg voor het onderhoud der predikanten den Magistraat oplegde, die echter sedert 1381 niet had afgelaten van te trachten het onderhoud van de predikanten en de school op de Kapittelen te verhalen; „edoch dat het selve van tijt tot tijt by de voorss. Collegiën is gecontradiceert, als sijnde de goederen vande selve daer[toe] niet gefundeert ende volgens 't voorss. accoord ende overcomste tot het voorss. onderhoudt niet gehouden, sustinerende, dat daertoe behoren geömployeert te worden de goederen vande parochiepastoren ende andere inde parochie gefundeert", dat door de Staten dan ook daartoe „voorgeslagen ende geordonneert sijn de goederen vande pastoryen, vicaryen, capellanyen, broederschappen, kereken, costeryen ende voorts alle andere beneficiën inde parochiekercken gefundeert", zooals uit de instructie van Floris van Weede bleek, „welcke daertoe neffens 't incomen van Hieronymiconvent ende minerval vande schole geömployeert wordende, werdt vertrouwt het inkomen vande selve suffisant genoch sal sijn tot het voorss. onderhoudt".

Vroedsch. resol., 17 Dec. 1655.

2) Reg. v. d. resol. d. St. Utr. Placaatb. II. p. 451. Mr. Verloren 1. c. p. 231 en bijl. A. 29, 31, 32, 33.

3) Vroedsch. resol. Cf. ook aldaar n Apr. 1659 en 30 Jan. 1660, toen de werkkring dezer commissie op nieuw werd bekrachtigd.

Sluiten