Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kerken der Stad Utrecht gevestigd. Het komt goed uit in het volgende voorbeeld.

Het betrof de St. Nicolaasvicarie in de Buurkerk, bezeten door Rutger Duysch, „eertijts pastoor tot Houten ende secretaris int Goy ende tot Houten". Door hem werd een request aan de Staten gezonden, waarin hij verzocht een erfpacht of uitgang van ƒ. 12 'sjaars uit het erf Leyenberch „inden kerspele van Houten" in het gerecht van Schonauwen te mogen doen redimeeren, den vrijen eigendom ervan aan den bezitter over te geven en de aflossom weder te beleggen „tot behoufif derselver vicarye ende possesseuren van dyen" op erfelijke renten. Hij wees er de Staten op, dat hij „hem van over lange jaren ende genouchsaem van zijne jonckheyt aen schamelijcken ende eerlijcken, sonder beroeme te spreecken, beholpen ende erneert heeft mitten soberen incommen van zeeckere cleyne beneficiën ende daer onder een vicarye op St. Niclaesoutaer inde Buyrkercke alhier binnen Utrecht, all tsamen nyet meer dan veertich gulden jaerlix in corpore importerende, ende voorts mit den toevallen der kerekebedieninghe ende secretarisampt voorss. mede geheel weynich ende onseecker, zoedat hy suppliant in zijne jonckheyt noyt middelen gehadt heeft om boven de noodige huyshoudinge yet in voorraet tegens den behouftigen ouderdom aen te wenden"; dat hij thans over de 80 jaren was en al lang niets meer had kunnen verdienen „overmits diversche gebreecken aent gehoor, gesicht ende anderssints, die zoe hooghen ouderdom gemeynlijck medebrenght"; dat hij zoodoende in eenige schulden verloopen was en thans „ter schamele nootdruft" onderhouden werd door zijn dochter en haar man, die „mede van geheel cleyne vermogen" waren en dien hij dus tot last was „in dese costelijcke ende benaude tijden"; dat nu „de reden ende oock die oude canonieke rechten conform is, dat die gheene die eenighe beneficie possideert ende de incompste derzelver ad pios usus gedestineert niet genouch en zijn om de possesseur oft gebeneficieerde notelijck ende eerlijck te onderhouden, toegelaten werdt vuyt sodane beneficie-goet by believen vanden Overheer oft Heer vanden Lande zoe veel te vercoopen ofte te beswaeren daermede den possesseur ter noot geholpen werdt"; dat hij thans geholpen kon worden

Sluiten