Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„sonder die minste quctsinge vant corpus zijns beneficie, jae tot vermeerderinge vant zelve", door n.1. de bedoelde erfpacht te doen aflossen en van het geld zoo veel te beleggen op rente als ƒ. 12 per jaar zou opbrengen en de rest hem te laten om zijne schulden te betalen. Op de door den suppliant geallegeerde gronden werd door de Gedep. Staten den 29sten Nov. 1603 het gevraagde verlof gegeven: „omme ter adsistentie ende ten overstaen van Symon Claess. van Blanckendael, renthmeester vande Gebeneficieerde goederen, den erffpachte in desen geroert te mogen doen redimeren tegens den penninck tweendertich, te weeten mit de summe van f. 400 tot 20 st. den gulden gereeckent, authoriserende hem by desen, omme mit adsistentie ende ten overstaen vanden voorn. Blanckendael directum dominium ende den vryen eygendom van het erfif Leydcnberch in desen geroert voorden Gerechte van Schonauwen te transporteren ende over te geven, ende t selve erfif van den voorss. erffpacht geheelicken te quiteren ende te vryen, mits de voorss. summe daer voor ontfangende, vuyt welcke somme hy met adsistentie ende ten overstaen als vooren terstondt weder coopen ende seeckerlijck beleggen sall tot bchoufïf der vicarye in desen geroert een erffelijcke losrente van 12 k. guldens s'jaers tegens den penninck twintich", terwijl hij het overschot tot delging zijner schulden mocht aanwenden.

De belegging van het geld — de aflossing had plaats ten overstaan van S. v. Blanckendael door G. v. Ledenberch den secretaris der Staten, blijkens quitantie van den isten Dec. 1603 — geschiedde bij authentieke acte d.d. 16 Dec. 1603 voor het Gerecht van 't Goy en Houten verleden; voor Schout en Schepenen verscheen Duysch' schoonzoon, die verklaaide in tegenwoordigheid van S. van Blanckendael, daartoe speciaal gecommitteerd, ontvangen te hebben van zijn schoonvader f. 240, aan wien hij dus schuldig was „als in der tijt besitter der vicarye op St. Niclaes-authaer inde Buerkercke voorschreven ende sijnen naecommeren int selve beneficie eene euwige ende erffelijcke losrenthe van twaelfif k. keysersgulden", etc. Tot zekerheid en onderpand dier rente verbond hij in speciale hypotheek zijn huis, erf en hofstede te Houten, etc., welke

Sluiten