Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het kantoor der Geben. goederen trok van de vicarieën slechts de tertiën, volgens art. 43 der ordonnantie van 29 Juli 1581 1). Dat de vicarie-tertiën -) in den ontvang van den rentmeester der Geben. goederen gekomen zijn — en hierin heeft bestaan wat Mr. Verloren aanziet voor de uitvoering van art. 5 van het Redressement —, is niet een gevolg geweest van dit art. 5 maar van art. 43 der Instructie 3). Hoe men derhalve over de strekking van art. 5 moge oordeelen, voor de vicarieën was het een doode letter, zoodat voor het rechtskarakter der tertiën de ordonnantie van 1581 de sedes materiae vormde. Dit blijkt ook uit het volgende.

De „gemeene vicarisen der vier parochiekercken, gasthuysen ende capellen alhier binnen Utrecht" dienden aan de Staten een geschrift in, houdende verzoek, dat F. van Weede van hen geene tertiën zou vorderen, — hetgeen hij, zeiden zij, deed, hoewel er nog geen van hunne vicarieën vervallen of geresigneerd was geworden, — van 1580 af, „in regard sy mede waecken ende braecken moeten, oock in alle voorvallende swaricheyden contribueren" 4). De Staten benoemden alstoen,

1) Dit was n.1. de regel, waarop evenwel enkele uitzonderingen gemaakt werden: aan den eenen kant ten aanzien van vicarieën, aan welke de Staten óf uitdrukkelijk óf stilzwijgend de tertiën maar schonken, en aan den anderen kant ten opzichte van vicarieën. die de Staten onbegeven lieten en wier inkomsten zij geheel door den rentmr. der Geben. goederen lieten trekken om de uitgaven van zijn kantoor er mee te bestrijden.

2) Een enkele maal eischten de Staten meer dan een derde gedeelte; de Gedeputeerden „accordeerden" den 5den Januari 1581 aan den predikant van Vreeland, behalve het gansche inkomen der pastorie en dat van het gilde aldaar, „de rechte helfte vande vruchten der vicarie van Onzer Vrouwen inde kercke van Vrelant voirss., in regardt dat den jegenwoirdigen possessoir geen dienst en doet ofte residentie hout, ordonnerende daeromme den possessoir, Heer Aert van Cuyck, den voirn. predicant dselve helft te laeten volgen". Reg. v. d. resol. d. Gedep. St.

3) Voor de vicarieën was het Redressement dus niet, om met Mr. Verloren te spreken, het „gewichtig document", „de spil, waarop... de kwestie der vicariegoederen draait", maar „bloot een huishoudelijk praatje of kibbelpartij tusschen de drie Leden der Staten".

Mr. V. gaat in zijn lof op dit Redressement zoo ver, dat hij het noemt een stuk, „minstens gelijkstaande met eene wet"; wat dit „minstens" beduiden mag?

4) De bedoeling was waarschijnlijk deze: ontsla ons van de verplichting om tertiën te betalen, want wij worden toch al in alle belastingen aangeslagen ten gevolge van de opheffing der bevoorrechting van de geestelijke goederen; „waken en

Sluiten