Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

duidelijk is1), gold de vicarie aan den Dwarsdijk, waarvan de abdis van St. Servaas te Utrecht collatrix was, welk collatierecht evenwel door de Ridderschap als superintendente van dit convent werd uitgeoefend. De rentmeester der Geben. goederen zond aan de Gedep. Staten een remonstrantie in, waarin hij te kennen gaf, dat de possesseur dezer vicarie, „waervan de Heren Edelen ende Ridderschappe als superintendenten vande jofferen-conventen van Servaes collators zijn", land „aende selve vicarye behoorende" wilde verkoopen; hij verzocht nu de intentie der Staten te vernemen, „off haer Ed. oock inde vercoopinge liaerer darde part believen te consenteren, ende imant uyt U Ed. Mo. Collegie ofte mij te committeren, omme neffens de bovenstaende Heren [sc. gecommitteerden der Edelen] de informatie ende vercopinge by te staen ende de penningen vande landen comende te ontfangen ende ten behoeve vanden possesseur ten comptoire te beleggen ende verantwoorden". Den 9den Mei 1656 machtigden de Gedeputeerden den remonstrant om met de gecommitteerden der Edelen, „uyt sake van Hare Ed. Mo. darde part der vicaryelanden" oculaire inspectie ervan te houden. Den ioden Apr. 1657 volgde de beschikking: „consenteren by dese, dat de Heren Edelen ende remonstrant als ontfanger vande gebeneficieerde goederen s'Landts van Utrecht nae voorgaende afficxie van billetten by openbaeren opslach aen den meest daer voor biedende sullen mogen procederen tot vercopingen vande parceeltjens landts behorende aen de vicarye van den Dwarsdijck, hier inne geroert, ende het provenu vande suyvere cooppenninge vandien, de behoorlijcke kosten ende lasten affgetogen, sullen worden beleyt op een vander gemelte Heren Staten comptoiren ofte andere vaste goederen oft hypotecque in dese Provincie, alles ter mester versekeringe ende oorbaer, mitsgaders ten minsten costen van den possesseur der voorss. vicarye inder tijt" 2).

1) De terminologie van den ontvanger der Geben. goederen („by te staen") doet denken, dat ook hier de rentmr. voorzegd slechts als derde, als controleur, optrad. De resolutie van 1657 noemde echter de Ridderschap en den rentm. samen als verkoopers.

2) Reg. no. 59. Zevende mem. etc. ff. 7^4 sllfl* Tot deze resolutie waren de Gedeputeerden den I2den Mrt. 1657 door de Staten gemachtigd; „sonder overstemminge" moesten zij besluiten.

Sluiten