Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komen, dat Jan ter Spil, hoewel „gepresenteert ende behoorlijck geadmitteert... tot die goederen met allen aancleven vandien van seecker vicarie van Ster. Nicolaes gefundeert inde kercke tot Montfoirt" , desniettegenstaande moeielijkheden ondervond van „dandere vicarissen (soe men die noempt)", die lieten verluiden , dat zij J. ter Spil niet wilden toelaten „inde destributie vande memorie- ende presentiegoederen", dat zij hem „noch nyet soffisant ofte bequaem" rekenden, daar hij ook binnen Montfoort behoorde te wonen „volgende haer aude papistige (soe sy seggen) costume", en dat J. ter Spil hun moest uitkeeren „haer behoorlijcke vinalia ofte maeltijt". De Directiekamer x) besliste naar aanleiding hiervan, dat ter Spil mede „genieten, heffen ende ontfangen" zou „sijn portie vande memoriën ende presentiegoederen ende van alle tgene, hoe men tselve noemen mach, dandere vicarissen heffen ende ontfangen"; dat zij hem achtte „suffisant ende bequaem totte voorss. vicarie"; dat hij ook zou „mogen studeeren ende sijn residentie houden in wat stadt hy sal willen, te weeten wesende onder dobedientie van sijn Excellencie, mits doende gelijcx hem by de instructie van de Staten geordonneert es te doen"; „interdicerende oock die voorn, (soe men dit noempt) vicariën, den selven ter Spil in geenre manieren aff te vorderen die vinalia ofte maeltijt, die sy sustineeren haer te competeren, soe alle die papistige privilegiën ende costumen strijdende tegen den Woorde Goodts by ordonnantie vande Staten over lang geaboleert ende gecasseert sijn; verbieden voorts die voorss. (soe men die noempt) vicarisen binnen Montfoort al tgeene voirsegd staet den voorss. Jacob ter Spil als vader ende voocht van Jan ter Spil sijn soon te doen eenige moyenisse, hijnder ofte empescement ter contrarie, op peyne van tegen haer te decerneren alsulcke provisie als bevonden sal worden te behoiren" 2).

door de Directiekamer bekrachtigd, op het verzoek van zijn vader, waarschijnlijk met het oog op de tegenwerking van het kapittel.

1) Mr. Verloren (1. c. p. 35°) spreekt ten onrechte van de Gedep. Staten.

2) Cf. de notulen van IO Juli 1587, en van 3 Febr. 1588: Abraham Janss., predikant, Hendrik Lievenss., en Jan Jans Roest, „als gecommitteerden van de gemeen vicariën lot Montfoort" verklaarden ter Directiekamer, dat zij J. ter Spille de presentiën lieten volgen.

Sluiten