Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inde Provintie van Uytrecht in het toekomende sal werden bestelt ende beleyt" *).

§ 6. Het regeeringsreglement van 16 April 1674.

Dit bepaalde o. a.: „Dat de Stathouder inder tijt sal hebben de dispositie over de inkomsten van alle de vicaryen dependerende vande voorss. Proosten, Dekenen ende vijfif Capittelen, geene uytgesondert, soo haest de voorss. vicaryen successivelijck ende van tijt tot tijt sullen komen te vervallen ende dat denselven Stathouder ten dien eynde een Rentmeester over den ontfangh vande inkomsten der voorss. vicaryen sal stellen, behoudelijck dat de inkomsten derselver vicaryen sullen moeten werden bekeert tot het onderhout van arme predicanten, haere weduwen, kinderen ofte andere gelijcke pieuse saken binnen dese Provintie" 2).

Voorts werd door dit reglement aan den Stadhouder opgedragen de benoeming 3) van leden van de Ridderschap, burgemeesters en schepenen, leden van de Vroedschap, schouten, maarschalken, den secretaris der Provincie, militaire ambtenaren , etc., deels rechtstreeks deels uit een nominatie; en ook de aanstelling der rentmeesters van de conventen van Oostbroek, St. Paulus, St. Catharina, e. a. — hieronder behoorde ook het kantoor der Geben. goederen, welks rentmeester voortaan ook door den Stadhouder zou benoemd worden — en de bestemming der inkomsten dezer kloosters, voorzoover

1) Reg. v. d. resol. d. St. Opgenomen in het Utr. Placaatb. I. pp. 169 sqq.

2) Aan deze bepaling ging het volgende vooraf: „Dat de Stathouder inder tijt sal hebben de begevinge vande Preposituren ofte Proosdyen, soo wanneer die souden mogen komen te vaceren, sonder eenige nominatie ofte contradictie van ymant; ende dat den welgemelte Stathouder inder tijt insgelijx sal hebben de vrye ende libere dispositie van alle de canonisyen, die in de sess alsoo genoemde sLandts ofte Statenmaenden sullen komen te vaceren, daermede sal mogen doen ende handelen naer sijn goetduncken en welgevallen.

Dat de Decanyen ende Canonisiën vande voorss. vijff Capittelen niet sullen mogen werden gealieneert, verhandelt ofte geresigneert anders dan met consent ende goetvinden vande welgemelte Stathouder inder tijt".

3) Men lette op het onderscheid, dat ook in dit reglement gemaakt werd tusschen het benoemen, „aenstellen" of „verkiesen" uit een „nominatie" of zonder deze,

Sluiten