is toegevoegd aan uw favorieten.

De geestelijke en kerkelijke goederen onder het canonieke, het gereformeerde en het neutrale recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eenigszins anders ging het met het Regulierenklooster.

Hadden de Staten met het Minrebroedersklooster en dat der Predikheeren den Raad zijn gang laten gaan, ter zake van het convent der Reguliers traden zij hem in den weg. In art. 13 der Orde was bepaald, dat het tot een kanunnikencollege zou worden hervormd; in het volgende jaar, 1581, gelastten de Staten aan de Directiekamer orde op het beheer ervan te stellen en de alimentatie der conventualen te regelen x). Maar zoo kwamen zij met den Raad in botsing, die zich de alimentatie reeds den 21 sten Mrt. 1581 had aangetrokken2) en ze den 9den Oct. bepaald had op ƒ. 100 voor eiken monnik en /. 200 voor den Prior2). Inmiddels benoemden de Gedep. Staten, 5 Oct. 1581, een rentmeester over het klooster, overeenkomstig het advies van „de gecommitteerden tot opsicht vande Geestelicheyt ende hare goederen": „maecken sich conform mittet advijs" etc. „angaende het benemen vande administratie der goederen des convents vande Regulieren, interdicerende overzulx den jegenwoirdigen Prior die zelve administratie, ende stellen in zijn plaetze Heer Claes Matheuss., onder conditiën ende op salaris als dvoirss. gecommitteerden met hem zullen verdragen", etc. 3). Deze Claes Matheuss., een der conventualen van het Regulierenklooster, of voluit: Nicolaes Matheuss. van Hemert, werd den 1 o^en Oct. 15 86 door den Raad afgezet en tijdelijk vervangen door J. de Rijck 2). Doch dit besluit schijnt niet te zijn uitgevoerd.

Bij de vaststelling van het Redressement n.1. was A. Ruysch door de Staten benoemd tot rentmeester van alle monnikenkloosters. Hij deed zijn best de administratie onder zich te krijgen, doch zonder veel resultaat. Wel verbood de Directiekamer den 5den Jan. 1580 aan N. v. Ilcmert zich voortaan

getast, genooten, geïnt ende ontfangen" zou worden door de „regenten vanden Armenpoth in St Jacobskercke alhyer, soe den reventer vande Prekersmonieken lange opgehouden, ende gecesseert heeft ende oock te nyet gedaen es ; den „Potbroeders" werd de verplichting opgelegd, van in cas van aflossing de afgeloste som weder te beleggen. Vroedseh. resol.

1) Reg. v. d. besehr. d. St. Beschr. v. 31 Mei en 10 Aug. 1581. Cf. p. 296.

2) Vroedseh. resol.

3) Reg. v. d. resol. d. Gedep. St.