Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Den 5den Juli 1585 werd door den Raad aan de kerkmeesters der Klaasparochie „geconsenteert", „alle de resterende huysen, cameren ende goederen vanden convente vande Vrouwenbroeders an hoer te nemen ende te ontfangen, mits betalende alle de lasten desselfs convents", tot wederopzegging door den Raad, en onder den last, „dat zy een gebreckelick man, genaemt Henrick, huysvestinge geven zullen zijn leven lang ende vorder nyet" x).

Ook het Cellebroedersklooster hield het niet lang uit.

Den 31sten Mei 1591 werd door den Raad besloten, dat de Cellebroedersgoederen „aenden Stadtsgoederen gecombineert" zouden worden en beheerd door den Eersten Kameraar 2). Den

„de lasten soe van predicant, schoolgelt ende diergelijcke daerop staende aen haer te nemen".

De Staten beschikten, 8 Mrt. 1611: „consenteren, octroyeren ende accorderen" den „Regierders" van Amersfoort „het convent van Mariënhove", om door hen „geapproprieert ende gebruyckt te worden" tot een weeshuis, „ende vuyt den incomen vanden selven convente 400 £ van 40 groten Vlaems tpondt jaerlicx ende noch gelijcke vier hondert ponden jaerlicx vuyt den incomen vanden convente van St. Johans tot Amersfoort, all tot soulagemente vanden voorn, armen weeshuyse"; tot ondersteuning der O. L. V. kapel en tot onderhoud van een dienaar des VVoords, „ten eynde het volck aldaer inden Heyligen Christelijcken gelove ende Godtvruchtich leven te meer geïnstrueert ende gesticht mogen worden", werd f. 600 jaarlijks geaccordeerd, „die hemluyden byden rentmeester van Mariënhove vuyt den incommen desselffs convents betaelt sullen worden", etc. Reg. v. comm., instr. etc., aanv. Jan. 1607, ff. 212 vo. sqq.

Het klooster Mariënhof bleef alzoo, evenals dat van St. Johan, rechtens in wezen; de gebouwen van het eerste werden aan het Weeshuis „geconsenteert", terwijl voorts aan een deel der inkomsten dier kloosters een bepaalde bestemming ad pios usus werd gegeven.

De benoeming van een rentmr. door de Staten over deze beide kloosters zie men in de noot op p. 644.

1) Vroedsch. resol. Te voren had de Raad zich dit convent reeds aangetrokken, had hij de goederen doen inventariseeren en verschillende ervan o. a. ten behoeve der fortificatie verkocht. Vroedsch. resol , 16 Febr. 1580; 11 Febr. 1581; 4 en 17 Aug. 1584.

2) Vroedsch. resol. Sedert den 7den Sept. 1585 werd het klooster beheerd door een afzonderlijken rentmr., F. v. Weede, door den Raad benoemd: bij provisie tot administrateur „vande goederen behoort hebbende ande Cellebroeders". Dit „behoort hebbende" is geen grond reeds vóór 1591 de Stad als eigenares der goederen te beschouwen; het klooster zal verlaten geweest zijn, zoodat de terminologie (die trouwens niet constant was) verklaarbaar is. Vóór 1591 vormden de Cellebroedersgoederen een afzonderlijk vermogenscomplex, uit welks inkomsten de Raad zgn. „Cellebroeders" onderhield.

Sluiten