Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het beheer der conventsgocderen bleef dan ook bij den balijer, Henrick Barck, die zich ook aan de bepalingen der Orde en der Instructie zeer weinig schijnt te hebben laten gelegen liggen. Den 22sten Mei 1588 werd het althans door de Staten noodig geoordeeld te bepalen, „dat die vande Directiekamer hem voorde leste reyse acnschrijven ende insinueren" zouden, dat hij pertinenten staat cn inventaris „van alle de goederen ende incommen vande voorss. Balyerye mette lasten daertegens" zou overzenden en meedeelen, „by wye en wanneer die [sc. de vervreemdingen] gedaen ende waertoe die penningen geëmployeert sijn , binnen 14 dagen; „op peyne, soo hy vorder daervan in gebreecke blijft, dat men hem teynden d'voorss. 14 daghen priveren sall van sijn administratie ende dat men daer in een ander datelick committeren sall"; aan de Directiekamer werd last °-egeven deze resolutie terstond uit te voeren en den Staten er rapport van te doen *). De Heer Barck bekreunde zich om de bedreiging niet; den 19de" Juli 15SS was de lijdzaamheid der Staten uitgeput: zij verklaarden hem „vervallen... van sijn administratie", en besloten, „soo d'administratie vande voorss. goederen nyet stille en can off en behoort te staen", „daertoe by provisie van Statenweghen [te] committeren" Dirck de Leeuw, „als die beste kennisse hebbende vande gelegenthcyt van dien" op een commissie en instructie, die hem zou gegeven worden 2).

Uit de mee te deelen artikelen der na de arresteering van het Redressement opgemaakte instructie der Directiekamer blijkt dit luce clarius.

In zijn Rapport over de vicariegoederen zegt Mr. Verloren (pp. 37, 38, 39) als iets dat „historisch" vaststaat: „De Orde van St. Jan te Jerusalem is mede opgeheven , de goederen van een en ander worden aan de vroegere eigenaren voor goed ontnomen en zij komen aan de Staten, die daarover heer en meester worden tengevolge der Reformatie en krachtens art. 13 der Unie van Utrecht".

Hoe is het toch in 's hemelsnaam mogelijk!

De Directiekamer gelastte bij herhaling den balijer van St. Catharina den inventaris zijner goederen haar in te zenden; cf. hare Notulen d.d. 5 Jan., 21 Febr., 29 Apr. 158S.

1) Reg. v. d. beschr. d. St. Beschr. v. 17 Mei 1588.

De overwegingen luidden: „Omme te versien, dat die goederen vande Baillerye van Ste. Catharynen nyet vorder vercoft, veralieneert off beswaert en worden, gelijck in ettelicke jaeren herwaerts gedaen es, ende men seeckerlick verstaet, dat den balyer wederomme voorhanden heeft sulex te doen nyettegenstaende d'interdictie hem tot verscheyden tijden gedaan".

2) Reg. v. d. beschr. d. St.

Reeds in het iode punt der beschr. v. 28 Juni 1588 was het deportement van

Sluiten