Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

autocratorice volgens hare souveraine macht sulx vry stonde tc doen" !).

„Dat daerop gevolght is de gcmeenc practijcque, daer by de Provinciën respective de goederen van die natuyre aengeslagen ende de vrye dispositie daer over behouden hebben .

„Onder anderen specialijck mede die vande Provincie van Utrecht over de voorss. Balye van Ste. Catharine binnen de Stad Utrecht ende de cominanduryen ende goederen dacronder resorterende, die dacrover oock het employ ende vrye dispositie tot noch toe behouden hebben, onaengesien de instantiën daertegens by die vande voorss. Ordre Annis 1603 ende 1624 gedaen" 2).

1) Cf. Mr. Verloren 1. c. p. 137. Dr. Brondgeest, 1. c. p. 44, meent, dat de Staten door hun beroep op deze resolutie te niet wilden doen het beroep der Malthezers op de Pacificatie van Gent; ten onrechte: de Staten grondden hun betoog enkel op hun souvereiniteit; de bedoelde resolutie was niets dan een herhaling van art. 13 der Unie, dat zelf ook geen rechtsbron was, maar waarbij de Provinciën enkel elkanders souvereiniteit erkenden en welks bepalingen de Provinciën onderling contractueel bonden; volledigheidshalve verwezen de Staten naar de Unie en de resolutie van 1581.

Deze resolutie van 1581 is afgedrukt bij W. van Beuningen, Het Geestelijk Kantoor van Delft, Arnhem 1870, p. 14.

2) Cf. p. 656. Voor het gebeurde in 1624 cf. Dr. Brondgeest, 1. c. pp. 37 sqq. De Orde van St. Jan trachtte in 1624. de Balije van Utrecht weder onder haar gezag te brengen door de hulp van Prins Maurits ervoor te zien te winnen; diens neef, Louis Guillaume Prins van Portugal, werd nl. in de Orde opgenomen en in het bijzonder gemachtigd om de Utrechtsche goederen weer onder de Orde te brengen. Al zijne pogingen baatten hem evenwel niets; den 2Ssten Febr. 1625 bepaalden de Staten, zijn aanbod om zijn commissie van den Grootmeester over te leggen voorbijgaande, „naerdien men de mondelinge verclaringe, by Sijne Excellencie van Portugal etc. diensaengaende gedaen, zoo volcomentlijck aenneemt ende gelooft alsoff men d'selve gesien ende gelesen hadde": „Ende wordt Sijne Excellencie inde herberge naer behooren gedefroyeert"; den nden Febr. hadden de Staten, toen de Prins van Portugal een schrijven van den Prins van Oranje aan de Staten te zijnen gunste overbracht, ook reeds voor een goed onthaal gezoigd: de Heeren Hartevelt, v. d. Boetzeler en v. d. Lingen waren met den Advocaat en den Secretaris gecommitteerd om hem „desen middagh te gaen accompaigneren, vergasten ende defroyeren inde herberge naer behooren".

Een nieuwe remonstrantie, door den Prins van Portugal aan de Staten ingediend, hielp hem ook niet; den I7den Mrt. 1625 verklaarden de Staten bij hunne vorige besluiten te volharden. I11 deze remonstrantie beriep luj zich op de goede diensten door de Malthezers aan den Nederlandschen handel bewezen, die „geene andere

Sluiten