Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze overwegingen kwamen derhalve hier op neer, dat de Staten zich tot hetgeen zij gedaan hadden en deden en wenschten te blijven doen gerechtigd rekenden, niet uit krachte van eenig eigendomsrecht, maar krachtens hun souvereiniteit, — subsidiair in gevolge het besluit der Staten-Generaal, dat hetzelfde inhield als art. 13 der Unie van Utrecht, waaraan zij evenwel te recht het karakter van rechtsbron ontzegden —, die hun de dispositie gaf over de geestelijke goederen of het recht deze aan te slaan, twee woorden, die, naar de loop mijner verhandeling reeds herhaaldelijk heeft doen zien, te vaag waren om er eenig bepaald juridisch begrip aan te hechten, en die in geen geval verstaan werden en mogen worden als de toepassing of de bron van een eigendomsrecht.

In Duitschland, Engeland, Schotland en elders was het ook zoo gegaan; „Ja dat die vande Paepsche religie selfs geen conscientie hebben gemaeckt, des Ordens goederen aen te slaen ende tot ander gebruyek te employeren, gelijck onder anderen den Cheurvorst van Ceulcn wel heeft derven ondernemen de commandurye van Borcken int Stift Munster den Jesuiten over te geven omme aldaer een schole te erigeren, blijekende uyt des Ordens gravamina [in] April des jaers 1624 tot Ceulen overgegeven". Zelfs de Fransche koningen, als Karei IX en Hendrik III, hadden goederen van aartsbisschoppen, bisschoppen, „capittels ende gemeente[n] dercathedrale ende collegiale kereken", abdijen, commanderieën en „andere digniteyten ende administratiën, notanter t'sij vande Ridders van Rodus vande Ordre van St. Jan tot Jerusalem of andere ende gesamentlijck vande conventen der religieusen van wat ordre deselve mochten wesen", doen verkoopen; gelijk ook, op het aandringen van Philippe le Bel, de orde der Tempeliers opgeheven was (± 1305), omdat ze in strijd met de „religie" gerekend werd „ende dat voorde religie ondienstigh was de voorss. ordre in wesen te houden". Mitsdien was het onredelijk, dat nu door de Johanniters „dit werek, voor soo veel hare

vyanden" „dan alleen den Turck" hadden, en op het besluit der Staten-Generaal van 19 Xov. 16x1, waarbij belastingvrijheid verleend werd aan de commanderie van Brake. Reg. v. d. beschr. d. St. Beschr. v. 7 Dec. 1624.

Sluiten