Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Of deze beschrijving van het werk hunner voorgangers door de Staten in 1664 juist was? M. i. laat het historische onderzoek door mij gedaan geen ander dan een bevestigend antwoord toe. Men leze de memorie van toelichting op de instructie van 1581 x) en de deductie van 1664, en het zal duidelijk zijn, dat waarop in het eerste stuk als op een toekomstbeeld werd geduid in het tweede als op werkelijkheid werd gewezen.

Evenzeer als de Staten in 1581 als ongegronde aantijging van zich wierpen, dat zij iemands eigendomsrechten aantastten of wilden aantasten, evenmin hebben de Staten in 1664gezegd, dat de geestelijke goederen onteigend waren geworden.

De Johanniters stelden dan ook, zoo gingen de Staten voort, dat het hun bedoeling niet was, „haer werck daervan te maken om te examineren, hoe verre het employ van geestelijcke goederen door een gebruyck contrarie de meninge vande fundateurs in justitie souden connen worden gefundeert", maar beweerden , „na eenige generale ongefondeerde praemissen (principaelijck dattet een pure violentie soude wesen, imand te ontnemen den eygendom ende t'recht tot eenigh goet sonder wettige voorgaende oorsaken, ende diergelijcke), om hare redenlose petitiën eenigen schijn te geven tegen t'gene voorss. is", „dat hare Orden niet gemeens heeft met eenige religieuse of andere geestelijcke ende ecclesiasticque personen anders als hare vota, maer dat in de rest alle diegene, daeruyt de Ordre is bestaende, sijn puyrlijck laicquen ende wereltlijcke irreguliere personen".

Maar één rechtsgrond konden zij zich voor de handelwijze der Staten voorstellen, n.1. het oorlogsrecht; doch deze kon, zoo betoogden zij, toch niet aanwezig geacht worden, daar hun Orde altijd „goede correspondentie" met de Vereenigde Nederlanden had gehouden en steeds neutraal gebleven was, ja zelfs den Nederlandschen handel op de Middellandsche Zee beschermd had tegen de Turken. Zij wezen er dan ook op, dat zoowel de Staten-Generaal als de Staten van Holland en van andere Provinciën by verschillende resoluties „verstaen ende geaccordeerd" hadden „aen die van dese Orden alle hare

I) Pp. 306 sqq.

Sluiten