Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niemand geadmitteert soude worden, als die professie deden vande ware gereformeerde Christclijcke religie, sijnde niet nieus noch ongehoord, dat Hoge ende Souveraine Overheden eenige voorgaende resolutiën of decreten na haer welgevallen, de sake ofte gelegentheyd sulx vereysschende, altemet veranderen, altereren of deselve t'eenemael derogueren ende te niet doen, na dat de veranderinge van tijden ende de constitutie vande regieringe is vereysschende" *).

Dit was in hoofdzaak wat de Staten ter rechtvaardiging van hun standpunt hadden aan te voeren. Kortelijk samengevat kwam het hierop neer: het St. Catharina-klooster en de tot de Balije van Utrecht behoorende commanderieën der Orde van St. Jan van Jeruzalem behoorden, wat hun personeel betrof, tot de geestelijkheid en wat hunne goederen aanging tot de geestelijke goederen; zij waren rechtspersonen, in het gebied van Utrecht gevestigd; ten gevolge der Reformatie waren de banden, die deze lichamen met de overheden der Orde verbonden , geheel en al verbroken, omdat deze naar de ware Christelijke religie onbestaanbaar en mitsdien voor een ware Christelijke overheid als de Utrechtsche Staten niet-bestaande grootheden waren; het zeggenschap en de dispositie over de alzoo geheel zelfstandig geworden lichamen hadden de Staten als Landssouverein aan zich getrokken en naar den eisch der veranderde tijden hadden zij deze gereformeerd; betwisting van hun bevoegdheid hiertoe was aanranding hunner souvereiniteit, was sacrilegium.

Deze deductie is een merkwaardig stuk, helder gedacht en scherp geformuleerd; alle er in vermelde feiten te verifieeren scheen mij onnoodig, slechts dit kan ik constateeren, dat de feiten sedert 1580 correct werden weergegeven. Hetgeen vooral

men geestelick plach te noemen, als weerlicke toecommende vryelick sall laten gebruyeken ende genyeten alle haere goederen hoedanich die sijn". De Staten hadden de geestelijkheid van personen en corporaties als rechtsinstituut opgeheven daar ze niets geestelijker waren dan andere, zoodat men ze vóór de Reformatie wel geestelijk had kunnen noemen zonder dat zij het daarom echter ook waren. Reg. v. d. beschr. d. St. Beschr. v. 5 Febr. 159°-

1) Het tusschen [] geplaatste is ontleend aan een ander afschrift: Rijksarch. Utr. Suppl. gedr. inv. no. 871.

. 43

Sluiten