Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gegolden had, alleen uit edellieden te kiezen, werd formeel opgegeven, ook „borgers-kijndcren" waren benoembaar. De „emolumenten of alimentatie" werden door den prior aan de conventualen uitgedeeld, die ze aan geene anderen mocht uitkeeren dan die in de gemelde lijst waren opgenomen of later van de Staten een acte van collatie verkregen hadden.

De Staten benoemden de conventualen; uit art. 8 der Orde valt niet af te leiden, dat dit reeds in 1580 in de bedoeling lag; uit art. 12 blijkt echter, dat de Staten toen nog niets anders dan de agreatie der benoemingen zich reserveerden !).

consequentie van andren gegonst is, den tijt van twee ofte ten langsten drie jaren inden convente sall mogen resideren nochtans buyten costen vanden selven convente. Inganck nemende all tgene voorss. is metten eersten Octobris toecommende".

„Heer Beernt van Schoonhoven, commandeur tot Weerder, als Prior, mits houdende den meesten tijdt vanden jare sijne residentie inden Balije ende convente binnen Utrecht, ende ten dienste vanden convente onderhoudende eenen goeden ende bequamen wagen ende twee goede peerden met eenen knecht daertoe, sjaers ... 1200 4'.

Anthonis van Vreeswyck sjaers ... 400 £.

Gerardt Proeys sjaers ... 400 ü.

Willem van Nyhoff sjaers ... 400 £.

Gerardt Oom sjaers ... 200 £'.

Willem Schade sjaers ... 200 1'.

Johan van Suylen sjaers ... 200 f.

Adriaen Moll sjaers ... 200 £'.

Reg. v. comm., instr. etc., aanv. Jan. 1601, ff. 280 vo., 281.

1) De artt. 33—36 der Instructie (1581) droegen eveneens aan de Directiekamer slechts het toezicht op, dat er geene ongequalificeerde personen in de conventen van den balijer en den landcommandeur werden opgenomen.

De gewijzigde instructie der Directiekamer bepaalde in de artt. 33 36 haar taak

eveneens tot toezicht: den landcommandeur en den balijer moest zij afeischen „haerluyder eerste fondatiën ofte stabilimenten, om die gesien ordre gestelt te worden, dat die soe veel het mogelijcke es worden onderhouden ende merckelijck, dat voortsaen niemanden inden voorn, convente ontfangen worden dan personen gequalificeert ende bequaem om tLandt met wapenen te peerde te dienen ende den Staten aengenaem, volgende dvoirss. fundatiën" (33); voorts: inventaris „van hare goederen" van hen eischen en inzage hunner rekeningen „met sulcke discretie dat sy veistaen mogen, dat in dese niet versocht wordt eenige verminderinge maer alleen conservatie van hare goederen, om die gesien voorts by de Staten hier op gedisponeert te worden soe die Staten dat dienlick vinden sullen" (34); verder moest zij hun bevelen, niemand in hunne „conventen" op te nemen dan die den Staten „aengenaem" waren en „bequaem volgende die fundatiën ende dordonnantie daer op te maecken" etc. (36).

Sluiten