Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pii usus behoorde aanzienlijke familiën te helpen haar positie te blijven innemen, waar ook wel wat van aan was, maar er waren toch grenzen. Dit zag de Vroedschap ook in: den 1 sden juii 1657 bepaalde zij in de eerste plaats, dat streng de hand moest worden gehouden aan de Statenresolutie van 5 Sept. 1622 omtrent de zesjarige carentiën, en in de tweede plaats: „Item, dat alle de vruchten ende incomsten van sodane prelatuyrschappen ofte proostdyen, thesauryen, scholasteryen, commanduryen ende prebendaetschappen, soo wel gerepartieerde als ongerepartieerde, die airede vaceren ofte noch sullen comen te vaceren, by d'eerste vacature voortaen geheelijck ende al genoten ende geprofiteert sullen worden by 't Landt tot soulagement van de gemeente ter tijt toe alle oorlochs-lasten sullen wesen afïfgedaen". Bij gelegenheid moest dit aan de Staten worden voorgesteld J); dit werd dan ook van stadswege gedaan,

1) Vroedsch. resol.

Reeds vroeger, in 1619, waren er van de zijde der Vroedschap bedenkingen gemaakt tegen de begeving van commanderieën en prebenden van St. Catharina.

Cf. de Vroedsch. resol. 1619: 23 Mrt.; 5. 12, 19 Apr.; 4, 10, 25 Mei; 7, 8, 28 Juni; 16 Juli; 2 Aug. Cf. 18 Febr. 1620.

De onlangs plaats gehad hebbende collaties hadden in de Stad Utrecht groote ontevredenheid veroorzaakt wegens het er in doorstralende nepotisme; de Raad deed de Staten opmerken, dat „het misbruyk der geestelijcke goederen" van ouds al een oorzaak van factiën geweest was en nu vooral gevaarlijk was, „daermen (Godt betert) siet die oproericheyt des gemeyne volcx in verscheyden Provinciën ende Steden eensdeels onder pretext van religie" etc.; dat „onder die gemeenten" gezegd werd, „datmen meynden, dat het reformeren ofte herstellen der Staten ende Vroetschap alleenlijck diende om alle misbruycken in kerckelijcke ende politicque zaecken wech te nemen ende verbeteren, maer dat het hem wel anders openbaert; soo dat men gewaer wordt, dat een ygelick vande Regierders des Landts den sijnen favoriseert ende hem selffs buyten ordre met geestlicke prebenden soeckt rijck te maecken veel meer als by voorgaende ende affgestelde Regierders is geschiet", etc.

De Vroedschap had kennelijk gewenscht, dat de inkomsten dezer beneficiën ter ontlasting der Stedelijke kas ten behoeve van den eeredienst waren aangewezen; immers in haar vergadering van 23 Mrt. werd haar gerapporteerd, dat de begevingen noodzakelijk geweest waren, althans wat de buiten de Provincie gelegen commanderieën betrof, opdat ze niet door „andere Provinciën souden werden aengetast, gelijck airede mette commandurye van Buren geschiet was". Bovendien vergelijke men het schrijven van den Prins van Oranje aan de Vroedschap (in haar vergadering van 4 Mei gelezen), waarin hij haar verzocht de zaak niet meer

Sluiten