Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoools het den commandeurs van St. Jan werd verboden een balijer te kiezen. De Staten behielden zich slechts de agreatie voor, gelijk zij oorspronkelijk ook hadden gedaan voor de Orde van St. jan1). Het karakter van Christelijke Orde werd door de Staten nadrukkelijk gehandhaafd, zoodat alleen Gereformeerden tot leden der Orde konden worden gekozen; het celibaat werd afgeschaft2), etc.; terwijl zij bij de Orde van St. Jan de benoeming zelve aan zich trokken.

Den 8sten Juni 1615 spraken de Staten het nog eens uit, dat de Christelijke officiën en beneficiën alleen door wie de ware Christelijke religie beleden konden worden bekleed en bezeten; het geschiedde naar aanleiding van een verzoekschrift van „Dedrich de Bloys van Treslongh, lantcommandeur, ende de gemeen commanduyren der Balye Duytschen Oordens binnen Utrecht", waarin om „octroye" en „consent verzocht werd om te mogen procedeeren tot electie van een coadjutor om na het overlijden van den landcommandeur in diens plaats op te volgen, en om een verklaring, dat de alzoo gekozene „aggreabell ende aengenaem" gehouden werd. Alvorens op dit request te beschikken, besloten de Staten „te resumeren de acte van belofte ende verbintenisse, die de prelaten ende prebcndaten, soe well

1) Cf. de Geer 1. c. pp. CXII, CXIII.

2) Art. 11 der Orde van 1580.

Den 8sten Mei 1640 keurden de Staten een resolutie van het kapittel der Orde, d.d. 10 Nov. 1637, goed, waarbij het huwelijk werd vrijgelaten.

„En sedert", schrijft Jhr. de Geer, „was de afscheiding der balie van Utrecht van de algemeene Duitsche Orde, als een gevolg van de veranderingen in de religie en in den staatkundigen toestand der Nederlanden, een voldongen feit ge-

worden", 1. c. p. CXIII.

In een remonstrantie aan de Staten gaf het kapittel te kennen, dat ongeveer 21 jaren geleden capitulariter door de commandeurs was besloten geweest, dat door huwelijk de commanderie verloren zou worden, „waerdoor eenighe der voorss. commandeuren, wel geïnclineert zijnde tot den echten state, haer van deselve onthouden, om niet te derven het incomen van haere commanduricn"; dat daarom alsnu capitulariter eenpariglijk besloten was de voorgaande resolutie als niet genomen te beschouwen, en „tot meerder versekeringhe" de approbatie der Staten

er op te verzoeken.

Den gemelden 8sten Mei werd deze goedkeuring verleend.

Reg. v. d. resol. d. St.

L

Sluiten