Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrouwen als manspersoonen, die met eenige prelatuerschappe, beneficie , officie, prebende, vicarye, ofte diergelijcke beneficie, hetsy inde vijfif canonicken-collegiën, inde vijfif jouffrouwenconventen ofte in eenich vande andere collegiën, conventen, stiften ofte andere fundatiën inde Stadt, Steden ende landen van Ltrecht gefundeert ofte gesticht, versien werden, gewoon sijn ofif selffs ofte de ouders ende mombaers voor diegeene, die noch onderjarich sijn, te onderteyekenen ende voorts te observeren ende nae te comen j zij verklaarden deze acte voor „goet, nodich ende dienstich, als streckende tot vorderinge van Godes eere, de Ileylige Christelijcke gereformeerde religie, een godtsalich, eerbaer leven, ende tot welstandt vanden Lande, mitsgaders tot seclusie van vuytheemsche ende vrempde geüsurpeerde aucthoriteyt over der menschen conscientiën , lichamen ende goederen", waarom zij ze advoyeerden, approbeerden en confirmeerden en san hunne Gedeputeerden last gaven zich naar deze resolutie te gedragen „int verleenen van eenige collatiën ofte aggreatiën". Vervolgens verleenden zij aan het kapittel der Duitsche Orde het gevraagde consent tot de verkiezing van een coadjutor, „die sy ende professie doe vande Heylige Christelijcke gereformeerde religie", onder de bepaling, dat hij, alvorens „inde successie ende possessie der landtcommandurye " te treden, gehouden zou wezen „te impetreren aggreatie op sijnen persone" x).

Het beheer der goederen lieten de Staten in statu quo, in tegenstelling met de Orde van St. Jan, in wier administratie zij zelve traden; zij bepaalden zich tot het toezicht, dat de goederen niet buiten hun consent werden vervreemd of bezwaard -).

1) Reg. v. comm., instr. etc., aanv. Juli 1614, ff. 75 vo. sqq. De requestranten verwezen naar het precedent van 17 Juli 1600, toen de Staten een dergelijk octrooi hadden verleend „tot meerder bevestinge" voor den landcommandeur.

2) 23 Apr. 1616: de Gedep. St. verklaarden te „approberen ende advoyeren" den erfpachtsbrief van twee morgen land „specterende aende landtcommandurye tütrecht"; deze was d.d. 13 Apr. 1616: de landcommandeur, met „consent van onse Balye-ecommandeuren" gaf in erfpacht de bedeelde 2 morgen „die de voorss. Balye toebehoren" aan den Domheer Mr. A. Ploos. Reg. no. 59. Tweede mem. etc. ff. 124 sqq.

Een ander voorbeeld wordt geleverd door de resolutie der Staten d.d. 21 Juli

Sluiten