Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blijf buiten dc Provincie van meer dan 3 maanden het jaar provens deed verbeuren, evenals overtreding van het eerste gedeelte van dit artikel.

Art. 7- De abdis had verlof te geven voor absenteering uit het klooster, of in haar afwezigheid de priorin.

Art. 8. In elk klooster mochten niet meer dan twee zusters worden opgenomen.

Art. 9. Aangezien de Staten bepaald hadden, dat het aantal der conventualen zoodanig moest zijn, dat elke „boven haer accidentalia van wijn, brant, capoenen etc.", in de rijkste conventen jaarlijks 200 carolusguldens en in de andere 100 daalders ontving, zoo werd het aantal der plaatsen voor Oudwijk en St. Servaas gesteld op 12 volle provens behalve die der abdis, en 6 kinderprovens (elke = l/g eener volle prove); welk getal door uitsterven der meerdere plaatsen moest worden bereikt.

Art. 10. In de drie andere kloosters moesten de conventualen uitsterven tot acht, behalve de abdis, terwijl de io^e en 9de prove, door overlijden vaceerende, gesplitst zouden worden elke in 2 kinderprovens; „ende tgundt dat boven die voorss. provens jaerlicx zall moegen incommen, zall geëmployeert werden tot betaelinge vande schulden, tot onderhout vande fabrijcke, schattinge, contributiën ende diergelijcke"; de abdissen zouden overigens behouden de goederen „totte abdye behoorende, ende daertoe zoo veel als hemluyden nu by tcontract tusschen hemluyden ende die joffrouwen gemaect toegeleyt es off toegeleyt zall worden"; dit alles bij provisie, tot blijken zou of de goederen minder of meer provens konden dragen.

Art. 11. De bezitsters der kinderprovens zouden opvolgen in de openvallende volle provens.

Art. 12. De provens zouden per kwartaal betaald worden. Art. 13. Na het overlijden eener conventuale zouden haar nog volgen het loopende en het daarop volgende kwartaal, ter bestrijding der begrafeniskosten.

Art. 14. In de kamers der afgestorvenen moest alles blijven wat aard- of nagelvast was, en ook het niet nagelvaste houtwerk. Art. 15. Eveneens moest in de kamer blijven, „ten be-

Sluiten