Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich nu tot de Staten, die haar weigering voor gegrond verklaarden, volgens de instructie op de jonkvrouwenkloosters, die door de Staten (en dus mede door den Raad van Utrecht) „eendrachtelijck" was goedgevonden ]).

Ook in de begeving der prebenden werden de voorschriften der Staten-ordonnanties nageleefd. Den i3<len Febr. 1581 renvoyeerden de Staten aan de Ridderschap het agreeëren van twee collaties door de conventen van Oudwijk en St. Servaas gedaan 2).

In 1585 (22 en 23 Apr.) besloten de twee eerste Statenleden eenige wijziging te brengen in de instructie op de vijf adellijke kloosters; deze toch had de samenwoning der conventualen gehandhaafd, hetgeen voor diegenen onder haar, die met de Staten voor reformatie der religie waren, niet aangenaam was, daar zij in haar kring witte raven waren. Na „veel disputatiën ende altercatiën daerop gevallen", bepaalden het eerste en het tweede Lid, dat de samenwoning gehandhaafd zou blijven, doch dat, „soo verre daerinne eenige zijn vande gereformeerde religie", deze met kennis van de Staten hare kloosters verlaten mochten, om „by haere vrienden ofte elders by eerlicke luyden binnen der Stadt daer tconvent gelegen es" 3), te gaan wonen; ook mochten de ouders der conventualen, als zij van de gerefor-

1) Reg. v. d. beschr. d. St. Beschr. v. 21 Nov. 1582, punt 9.

2) Door de abdis van Oudwijk was in 1581 Jkvr. Johanna van Colenberch met een prove „versien", welke „nominatie ende gifte" de Ridderschap verzocht werd te „approberen" en J. v. C. tot de prebende te „admitteren" en haar te „accepteren voor aengenaem".

Reg. v. v. d. beschr. d. St. Beschr. v. 13 Febr. 1583, punt 6.

Cf. voor St. Servaas punt 8. Cf. ook het volgende.

Door het overlijden van de priorin van Oudwijk, Jkvr. W. v. Bochorst, vaceerde haar prebende; volgens de Statenordinantie moest deze gesplitst worden in 3 kinderprovens; door het overlijden van Jkvr. Wilhelma van den Waell waren ook 3 nieuw te formeeren kinderprovens losgekomen, waarvan er nog één niet „geconfereert" was.

Door de abdis en de conventualen werden „genomineert" 4 meisjes, welke nominatie door de Ridderschap werd „geapprobeert": 7 Juni 1585.

Reg. v. d. beschr. d. St. Beschr. v. 31 Mei 1585, punt 3.

Cf. de beschr. v. 4 Juni (5 Juni), 12 Juni (17 Juni) en 23 Juli (punt 3).

3) Deze resolutie doelde dus waarschijnlijk ook op de kloosters te Soest, Rhenen Wijk.

Sluiten