Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mitteerden dei Staten beloven de Statenresoluties te zullen naleven; daarna was „advoye van haere persone" en „approbatie vande voorss. electie" noodig; welk besluit aan de conventualen werd beteekend; deze deden gelijk haar bevolen was: den 2^en Mei 1594 kozen zij in tegenwoordigheid van drie gecommitteerden en den secretaris der Staten, G. v. Ledenberch, wederom S. v. Ratingen, die de gevorderde belofte aflegde, en den i4<kn Mei mocht zij ten slotte van de Staten vernemen, dat dezen haar aangenaam en bekwaam vonden en haar benoeming approbeerden en advoyeerden x). En zoo bleef de toestand2), zooals hij in 1581 was geregeld, tot het jaar 1598, toen de Staten, 27 Jan., een nieuwe instructie vaststelden voor de „conventen vande vrouwen ende gemeene jouffrouwen" van Oudwijk etc., „daernae sy hemluyden soe binnen als buyten hare conventen soe in conversatie als in administratie van hare goederen sullen hebben te dragen"; tevens werd een instructie voor de rentmeesters dezer kloosters door hen opgesteld 3). Op enkele punten week deze instructie van die van 15 81 af.

De artt. H), 5, 65), 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 17,

1) Reg. v. d. beschr. d. St. Beschr. v. 26 Febr. 1594.

2) Den igden Mrt. 1591 bepaalden de Staten, dat voortaan zij, die met een prebende in de vijf „joffrouwen-canonissenconventen" voorzien werden, uit dien hoofde een belasting van f. 12 hadden te betalen, en dat wie tot abdissen zouden w orden gekozen aan de Staten f. 25 moesten betalen.

Tevens werd het verkrijgen eener prebende in een der 5 Kapittelen belast met /. 25, in de kapittelen van Amersfoort en Wijk met f. 12; van een prelatuurschap te Utrecht met f. 50, te Amersfoort met /. 12 en te Wijk met /. 25.

Op denzelfden dag werd de zgn. 40ste penning ter invordering vastgesteld, een belasting geheven bij de overdracht van onroerend goed, geestelijk of wereldlijk, drukkende op den verkooper en den kooper, elk voor de helft. Reg. v. d. beschr. d. St. Beschr. v. 9 Mrt. 1591.

3) Reg. v. comm., instr. etc., aanv. 29 Oct. 1594, ff. 287 vo. sqq.

„Instructie voor ... Ontfanger ende Renthmeester vande goederen ende incommen

der Abdye ende Convente ofte Collegie van..groot 34 artikelen.

Cf. deze instructies ook in het reg. v. d. beschr. d. St. Beschr. v. 3 Jan. 1598, punt 4.

4) Behoudens de bijvoeging: „vuyt de Ridderschappe", ter nadere bepaling van de door de Staten te committeeren personen, te wier overstaan de verhuringen zouden plaats hebben.

5) Behoudens de bevoegdheid der Ridderschap er uitzonderingen op te maken.

Sluiten