Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

soude doen; dan, soe de Heren gewelt wilden doen, dat moeste sy lijden", terwijl Jlcvr. E. v. Gutterswijck, die er bij stond, er aan toevoegde: „soe sijn onse sloten daer voor". V. Causteren verzocht haar het antwoord „wat te mitigeren", doch de abdis droeg hem op te relateeren wat hem voor antwoord was gegeven. Den ioden Juni werd het bevel herhaald, en nog eens den 23sten dier maand. Toen den 23s'en Juni v. Causteren weer binnen St. Servaas verscheen met het bevel, dat binnen 24 uren de inventaris moest zijn ingezonden, deelde de abdis hem kortweg mee, „dat sy ende haere jouffrouwen geresolveert waren hen soedanige pregnante bootschappen by monde te doen voortsaen niet meer te willen staen, dan soe hy Causteren met schriftelijcke acten by hemluyden quame, soe wilden sy E. sijne weeten aennemen ende daerop oock schriftelijck antwoorden". De abdis van St. Servaas bleef in mora, maar die der vier andere kloosters waren het eveneens; daarom bepaalde de Ridderschap, 1 Sept., dat de boete van 100 gouden realen, waarmee de abdis van St. Servaas reeds den 23sten Juni bedreigd was en die den 31 sten Augustus tegen haar was gedecreteerd, niet geëxecuteerd zou worden voordat ook de onwil der andere kloosters vaststond, opdat alsdan tegen alle te gelijk geageerd kon worden. Nadat aan deze vier conventen den I4den September het bevel tot levering van inventaris was beteekend, werd het hun andermaal gedaan den 20sten dier maand, doch wederom zonder resultaat.

Ten slotte hebben de conventualen echter het hoofd in den schoot moeten leggen en zich tevreden houden met de uitkeering harer prebenden door de voor haar benoemde rentmeesters !); haar gemeenschappelijk huishouden was, in het eene

I) Den I5den Nov. 1599 benoemde de Ridderschap een commissie tot het horen en sluiten van de rekeningen der 5 conventen, en besloot zij van de abdissen opgave te eischen van al hare conventualen, zoo binnen als buiten de conventen, met opgave van den tijd waarop deze opgenomen waren. Een lijst der conventualen van Vrouweklooster („Litmaten des convents van Vrouweclooster"), die alleen in het convent mochten ontvangen worden en van den rentmr. een alimentatie beuren, werd (aan de abdis en den rentmr. werd uitdrukkelijk gelast niemand op te nemen en aan niemand te betalen dan die een „acte van collatie" van de

Sluiten