Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Anders geschiedde het bij een accoord tot afkoop van eert erfpacht d.d. 22 Dec. 1624: voor het convent van St. Servaas traden op de gecommitteerden en de rentmeester (C. de Reuver), daartoe door de Ridderschap den I4den dier maand gemachtigd; zij verbonden zich als contrapraestatie voor de afkoopsom op kosten van de andere partij, W. v. Royen, te „transporteren ende over [te] geven den rechten eygendomme, dewelcke het voorss. convent van St. Servaes aende voorss. derdalff hondt landts met zijne toebehooren tot desen dage toe gehadt heeft"; W. v. Royen zou echter persoonlijk verbonden blijven gedurende het leven van de toenmalige abdis, Johanna Piecx, jaarlijks de 12 hoenders te leveren, die hij voorheen als erfpachter boven den canon had te betalen. Den 25sten Jan. 1625 approbeerde de Ridderschap dit accoord 1).

En eveneens waren het niet de conventualen, die voor haar convent optraden, in een dading, waarbij Mariendaal eenerzijds en het kapittel van Oudemunster andererzijds partij waren, bekrachtigd door de Ridderschap den 5den November 1635 ; er was n.1. een proces aangevangen tusschen ,,d' Eerw. Heeren Deecken ende Capittele van Oudemunster" en ,,d' Ed. Mo. Heeren Edelen ende Ridderschappe s'Lants van Utrecht representerende t' 2° Litli der E. Mo. Heeren Staten s' Lants van Utrecht, als hebbende die directie [der goederen] behoorende aende jofifrouwen-conventen binnen ende buyten Utrecht", over den eigendom van een perceel land, waarvan de Ridderschap beweerde, dat het „de voorschreven joffrouwen vanden Daeil in vollen eygendom was toebehoorende" en het kapittel zijn eigendomsrecht staande hield. Bij de transactie werd bepaald, dat het land „in rechten ende vollen eygendom erüfelijcken ende altijts sall blijven aenden voorss. convente vanden Daell", waartegenover ,,d' Heeren Edelen ende Ridderschap inden naeme vanden voorss. convente vanden Daell" aan den kameraar

rentmr. den „eygendomsbrieff" te vertoonen, en den huurder zich inmiddels niet met het land te bemoeien. Cf. ook het op p. 361 vermelde geding over den Nicolaasweg.

1) Keg. 110. 59. Derde mem. etc. tf. 8 vo. sqq.

46

Sluiten