Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mr. A. van Noortvvijck, wederom in erfpacht gaf aan diens opvolger, J. P. van Nes, eenig land te Galecop; „en soo dikwils den voorss. erfpagt verkogt ofte verhandeld word in maniere voorss. en ook naar aflijvigheid vanden voorn. Heer Jan Pieter van Nes, soo sal de Vrouwe abdisse alsdan in der tijd ofte by gebrek van eene abdisse die geenen, die het bewint ofte regeeringe van 't voorss. convent hebben, telkens komen binnen 'sjaars en doen aan den Heere landcommanduyr desen erfpagt versoeken" etc.; voorts was bepaald, dat wanbetaling de erfpacht deed verloren gaan: „soo verre de regenten van 't voorss. convent ofte die abdisse, die over hetselve convent naarmaals souden mogen worden gestelt, ofte hare nakomelingen den voorss. erfpagt op de termijnen als voren jaarliks niet en betaalde", etc. x).

Zoo werd het ook geformuleerd in de acten van beleening der conventen: het convent werd beleend, de Ridderschap vertegenwoordigde het bij de beleening. Bv. 6 Nov. 1703: „De Staten vanden Lande van Utrecht doen kond allen luyden, dat wy behoudens ons, de Abdye van St. Pauls ende een igelijk zijn goed recht door onzen lieven ende getrouwen de Heer Jean van Weede, Geëligeerde Raad t' onzer vergaderinge, Dccan ten Dom alhier, Stadhouder vande respective Leenen, verlijd ende beleend hebben, verleyen ende beleenen mits desen", Joost Taats van Amerongen, „comparerende wegens de Heeren Edelen ende Ridderschappe, representerende den tweder Staat vanden Lande van Utregt t'onzer vergaderinge, uyt kragte van haar wel Ed. Gestr. resolutie vanden 2en Julij voorleden, ons alhier vertoont ende ten Leenregistere geregistreert, ten behouve vanden convente van Oudwijk" met 12 morgen land, „te houden van Ons ende de voorss. Abdye tot eenen goeden onversterflijken erfleen"

1) Rijksarch. Utr. Oudwijk, 16 Mei 1761.

2) Oudwijk, 6 Nov. 1703. Vroeger geschiedde het door de conventualen zelve; in een beleeningsbrief d.d. 4 Juni 1576, hetzelfde land betreffende, werd door Gerrit van Mierlo, „byder genaede Goedts abt tSinte Pauwels", Roetert van Lantzkroen, verschijnende in het leenhof van St. Paulus „van wegen ende vuytten naeme des weerdiger ende geestelicker jonckfrouwen Anna van Oostrum, abdisse, ende gemeene convente tot Oudwijck buyten der Stadt Utrecht" in erfleen met de

Sluiten