is toegevoegd aan uw favorieten.

De geestelijke en kerkelijke goederen onder het canonieke, het gereformeerde en het neutrale recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In den leenbrief d.d. 5 Sept. 1735 betreffende hetzelfde land, waarin het eveneens luidde: „behoudens ons, de abdye van St. Paul ende een ygelijk sijn goed regt", beleenden de Staten door hun stadhouder der verschillende leenen, Jhr. J. van Utenhoven, „ten behouve vanden convente van Oudwijk" Jhr. D. J. van Tuyll van Serooskercken, optredende namens de Ridderschap *).

En eveneens geschiedde de beleening van Oudwijk met tienden te Maarsen door de Staten, „behoudens ons ende een igelijk zijn goed recht", op den persoon van Jhr. van Tuyll „ten behouve vanden convente van Oudwijk" *).

§ 4. De Stadsconventen.

De mannenkloosters, die na het verbod der Roomschc religie onder het zeggenschap van den Utrechtschen Raad gekomen waren, werden, naar ons reeds is gebleken, het eene vóór het andere na opgeheven. De begijnenconventen daarentegen bleven in wezen; het is van de in de Stad Utrecht gevestigde, dat ik in groote trekken de lotgevallen wil schetsen 2).

In den religievrede, zoowel dien van 10 Jan. als dien van 15 Juni 1579, werden den begijnenconventen uitdrukkelijk hunne rechten gewaarborgd 3).

Het door de Staten den 6den Mei 15S0 uitgevaardigde verbod om buiten hen om over geestelijke goederen te beschikken, gold ook voor deze conventen, evenals de algemeene voorschriften der Orde, van welke art. 21 in het bijzonder aan hen was gewijd, bepalende, dat op de „religie ende thabijt" na alles bij het oude zou blijven 4), behoudens de regeling van

12 morgen land beleend „tot behoeff des weerdiger ende geeslelicker jonckfrouwen abdisse ende gemeen convente tot Oudtwijck"; „behoudelicken altijt ons, onser voirss. abdyen [sc. St. Paulus] ende enen ygelicken sijns rechtz". Oudwijk, 4 Juni 1576.

1) Oudwijk, s Sept. 1735.

2) Cf. Mr. S. Muller Fz., De Hervorming der Utrechtsche begijnhuizen in 1613, in De Oud-Katholiek, Sept. en Oct. 1890. En: Mr. J. Acquoy, Een bijdrage tot de geschiedenis der geestelijke goederen 11a de Hervorming in de Stad Utrecht, in het Archief voor Nederlandsche Kerkgeschiedenis, dl. VI. pp. 348 sqq.

3) Cf. ook de Vroedsch. resol., 9 Febr.; 23, 27 en 31 Mrt. 1579; 16 Mrt. 1580. Cf. pp. 232, 394, 625.

4) Cf. de Vroedsch. resol., 11 Dec. 1580: van wege de interdictie der Roomsche