Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om zonder 's Raads consent bagijnen aan te nemen, en benoemde hij een commissie om te onderzoeken wie ter contrarie gedaan mochten hebben ï) 2).

Een sprekend voorbeeld voor de continuiteit der bagijnenhuizen wordt ook door de volgende Raadsresolutie gegeven d.d. 28 Dec. 1598: de Raad overwoog, dat in oude tijden door een Utrechtschen bisschop „gefundeert" was geweest een „collegie van vijfif susteren ofif bagijnen, houdende haer woeninge ofif residentie in sekere huysingen staende inde Watersteech achter St. Jacobskercke, van oudts genaemt het Vijfif Susteren- ofif Bagijnenhuys, hebbende daertoe gedoteert eenyge goederen"; dat deze zusters al sedert geruimen tijd waren „verstorven ende vervreemt"; dat sedert de „donatie ofif collatie van t'selve Susterhuys altijt geweest ende gespecteert heeft tot het kerekmeesterampt vande voorss. kereke, met oock d'administratie ende allen dependentien vandyen"; en dat hij wenschte, dat de kerkmeesters van St. Jacob daarin zouden continueeren; om welke redenen de Raad den kerkmeesters, „voor soe veel het noot is", op nieuw last gaf „omme te disponeren ende oock te regieren tvoorss. Susterhuys ende te administreren t'incommen ende wtgeven daertoe staende", terwijl hij „den armen vrouwen jegenwoordich daerinne woenende ende die naermaels daerinne sullen mogen commen", beval den voorzegden kerkmeesters indertijd te respecteeren en gehoorzamen zooals dat behoorde; voorts bepaalde hij, dat de roerende goederen, die bij het overlijden van de vrouwen in hare kamers aanwezig waren, er niet uitgehaald mochten worden, maar door de kerkmeesters „tot vordel vant voorss. Susterhuys" verkocht moesten worden; en ten slotte legde hij hun de verplichting op hem jaarlijks rekening en verantwoording te doen *).

Zoo werd ook doorgegaan met de verkiezing van de maters der conventen gelijk van ouds, doch onder de goedkeuring van

1) Vroedsch. resol.

2) Den 9den Nov. 1601 nam de Raad een soortgelijke beslissing, door een commissie te benoemen om de bagijnenkloosters te visiteeren, en op te teekenen wie er in waren en sedert wanneer, en wat zij in de conventen gebracht hadden. Vroedsch. resol.

Sluiten