Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Magistraat; den 24sten Dcc. 1599 verklaarde hij te „aggreëren, approbeeren en confirmeeren" de „verkiesinge" door de conventualen van Abraham-Dole van Adriana van Marten, procuratrix van het convent, tot mater in de plaats der overleden mater, die „opt behaegen vande Magistraet" geschied was, en ordonneerde hij den voorzegden conventualen haar naar behooren te respecteeren *) 2). Deze verkiezingen werden zelfs door den Raad geëischt: den 2 den Jan. 1601 benoemde hij een commissie om aan de conventualen van St. Cecilia te gaan bevelen, dat zij een mater zouden kiezen *) 3).

De Raad bepaalde zich niet tot het goed- of afkeuren der door de conventualen verrichte of voorgenomen handelingen, hij beoordeelde geheel zelfstandig wat al of niet in het belang der conventen was, en als de conventualen een andere meening daaromtrent hadden dan hij, dan dwong hij ze haar standpunt te verlaten en te doen wat hem goed voorkwam; gelijk hij over de parochiekerken opperkerkmeester was, zoo was hij over de bagijnenkloosters — sit venia verbo — opperconventsmeester. Zoo oordeelde hij het in het belang van het convent van Abraham-Dole, dat de huizen „vant selve convent, die vuytte huyre sullen sijn op Paschen toecomende", niet op nieuw verhuurd maar verkocht werden, waartoe hij den rentmeester last gaf: 5 Jan. 1602 !); de conventualen deelden dit inzicht niet; de Raad weigerde echter haar verzoek om den verkoop niet te doen doorgaan (11 Jan. 1602), want, zeide hij, de verkoop was „streckende tot groot voordel vant voorss. convent" ; waarom hij den verkoop tegen 26 Jan. 1602 deed uitschrijven. Inmiddels zond hij een commissie naar de mater en de conventualen,

1) Vroedsch. resol.

2) Den 23sten Oct. 1600 approbeerde de Magistraat de electie van een mater van het St. Nicolaas-convent, gehoord het rapport der gecommitteerden „gestaen hebbende over de nominatie ende verkiesinge vanden nieuwen mater". Vroedsch. resol.

3) 1 Febr. 1602: den „bewoonderen vanden Bagijnhove, die gequalificeert sijn om een matresse te verkiesen'', werd gelast dit eventueel niet te doen dan met „voorweeten vanden Magistraet deser Stad:, ten overstaen vande hooffschepenen, daerby oock roepende allen opgesetenen voorss., op poene van nullite", Vroedsch. resol.

Sluiten