Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Overigens trad de Raad zachtzinnig tegen de bagijnencotiventen op; van een separatie was nog niets ingekomen, evenmin als van een gestrenge reformatie; den 15(len Dec. 1606 toch was het nog noodig, dat hij aan Mater en conventualen van Bethlehem beval, Hillichgen Semmen, een „gereformeerde conventuale", te gedogen tusschen 15 Dec. en Paschen, als wanneer zij het convent zou verlaten, ter predikatie en elders te gaan en te staan naar haar believen en haar intusschen „ter cause van dyen nyet te misseggen off misdoen, op poene van te vallen in indignatie des Raets"; tevens werd haar een alimentatie toegekend, ingaande met Paschen, tot een bedrag als bevonden zou worden dat de staat der goederen des convents kon lijden x) -). Kort daarna evenwel werd besloten dit klooster te separeeren; den conventualen werd aangezegd, „hare wooninge jegens de vervaertijt op Paeschen 1607 op te seggen", en dat de Raad besloten was haar te „separeren ende alimenteeren"; door de Burgemeesters met den Secretaris werd een staat van het inkomen en de lasten van het convent gemaakt, op grond waarvan de Raad den 2isten Apr. 1607 de alimentatiën regelde: voor de conventualen, die vóór dien datum reeds uit het klooster waren vertrokken, 5 'n aantal, werden hare toelagen gesteld voor drie op ƒ. 125 en voor twee op ƒ. 100; de overige zouden ontvangen, de mater f. 250, en H. Semmen ƒ. 125; „alle dese voorgaende sijn oude geprofesside Bagijnen". Van de „ongeprofesside" conventualen werd aan twee f. 60 toegekend en aan de twee andere f. 30, onder welke laatste was de mater van het Fraterhuis; de alimentatie der ongeprofesside zou ophouden bij haar huwelijk. En dit alles bij provisie *) 3).

Het aan zich trekken van de rentmeesterbenoeming door den Raad beteekende geenszins — ten overvloede wijs ik er op —, dat de kloostergoederen door de Stad geannexeerd werden ten behoeve der Stedelijke kas; de inhoud der betreffende reso-

1) Vroedsch. resol.

2) Den 8sten en 9<len Mrt. 1619 nog verbood de Raad de uitoefening der Roomsche religie in de conventen. Vroedsch. resol. Cf. p. 728.

3) Den rentmeester werd f. 100 toegelegd.

Sluiten