Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoodoende was er in 1613 eenheid gebracht in den toestand der bagijnenkloosters; het gemeene huishouden werd opgebroken (niet de samenwoning, want alleen zij, aan wie geen alimentatie was toegekend, moesten met 1 October uit het convent zijn vertrokken), en de rentmeesters werden door den Magistraat aangesteld, vier voor alle conventen, zoodat deze in vier massa's gebracht werden. De reformatie der bagijnenconventen van 1613 maakte deze derhalve tot „hofjes, waar behoeftige vrouwen huisvesting en eene vaste toelage tot levensonderhoud genoten", gelijk Mr. J. Acquoy het uitdrukt *).

Gelijk reeds vroeger geschiedde, benoemde de Raad commissiën „tot directie van de goederen" der verschillende kloosters, wier taak het was op de administratie toe te zien en er bijstand bij te verleenen. Den i6den Jan. 1615 bv. rapporteerden de Burgemeesters in den Raad, dat zij „ten overstane vande E. gecommitteerden tot directie vande goederen behoorende anden convente van Ceciliën" na „estimatie by dezer Stats geswoorens", voor J. 1500 verkocht hadden twee oude huizen en kamers aan de Neude, die nodig „tot seer groote costen van dezen convente" zouden vernieuwd moeten worden; de Raad approbeerde dezen verkoop, „mitz dat de penningen daervan commende by den rentmeester des convents voornt. geëmployeert sullen worden tot afflossinge van des convents lasten off anderssins behoorlijck weder beleyt" 2).

„Instructie voor de rentmeesters vande goederen behorende aende respective bagijneconventen t'Utrecht".

Art. 22. „Item, sal gehouden wesen alle processen die de voorss. respective conventen hebben ende nochmael sullen mogen crijgen, wel ende neerstelick te vervolgen tot den eynde toe vander sake met dexecutie van dien inclusive ende dat op costen vande selve respective conventen, welverstaende dat hy geen processen en sal mogen institueren ofte aenleggen ten sy by expresse consent ende believen vande Borgermeesteren ende gecommitteerden voornt". Stadsarch. Utr. Instructieboek A, ff. 84 sqq.

Den 22sten Febr. en den I9den Apr. 1619 was bepaald dat de rekeningen der rentmrs. niet meer voor den Officier gedaan zouden worden maar voor de Burgemrs., de „gecommitteerden totte directie vande goederen der voorss. conventen, yder van sijn respective conventen", en twee Vroedschapsgecommitteerden. Vroedsch. resol.

1) L. c. p. 351.

2) Vroedsch. resol.

Sluiten