Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had de Raad vrijelijk te beschikken; zoo liet hij de bagijnenconventen jaarlijks subsidie uitkeeren aan de Stadskas (aan den Eersten Kameraar) „tot onderhoudt van de Academie". Feitelijk betaalde zoodoende de Stad aan zich zelve; immers zij beheerde èn den Stedelijken fiscus èn de conventen, en van beide bepaalde zij de uitgaven. Dit nu gaf onnoodigen omslag; eenvoudiger ware het, gelijk reeds geschiedde met de betaling van verschillende professorentractemcnten, zoo de conventen zelve rechtstreeks verschiliende kosten der Academie betaalden, terwijl het resultaat toch bleef, dat de Stad er niet door gedrukt werd. De Raad zag dit dan ook in; den 2Ósten Sept. 1657 bepaalde hij op voorstel van den Burgemeester Hamel, dat de subsidieering van de Stad door de conventen zou ophouden; een repartitie werd opgemaakt, waarbij de bezoldiging der professoren over de conventen verdeeld werd:

de rentmeester van het Bagijnhof, St. Agniete- en Arkelsconventen , J. Splinter, zou „continueren" in het betalen van jaarlijks ƒ. 1000 aan Prof. Diemerbroeck; „ende voorts tot

te vestigen, waarvoor zij aan de Stad zouden overdragen de gebouwen waar de munt toenmaals in gevestigd was en haar bovendien f. 3000 zouden betalen.

De ruiling had plaats, de beide transporten (20 Juni 1648) werden gedaan, en de Provincie werd eigenares van de gebouwen van St. Cecilia; het convent van St. Cecilia kreeg de gebouwen der oude munt en /. 3000. Cf. de rekening van den rentmr. van St. Cecilia over 1647/8, in het Stadsarchief (Inv. Afd. II. no. '945): „Ende alsoo by pangelinge aenden voorss. convente gecomen was de oude munte van de Ed. Mo. Heeren Staten met sijnen toebehooren staende aende nieuwe grafte teegen deesen convente daer jegenwoordich Haer Ed. Mo. munte geapproprieert is, soo ist de voorss. oude munte aen partyen vercoft als volcht", etc.

„Wort alhier noch gebracht, dat de Ed. Mo. Heeren Staten ten regarde vande voorss. permutatie aenden convente noch souden betaelen de somme van drie duysent gis. volgens resolutie van Haer Ed. Mo. in date den 22en Februarij 1647", etc.

De ruiling en het transport geschiedden „ten behouve van" de Heeren der Stad. Reg. v. d. resol. d. St., 22 Febr. 1647.

De acte van transport van de gebouwen der oude munt werd verleden „ten behoeve vande Heeren Regierders der Stadt Utrecht".

Bij die van het betreffende gedeelte van het convent van St. Cecilia geschiedde de overdracht door den rentmeester van St. Cecilia „aende Ed. Mog. Heeren Staten s'Lants van Utrecht ten behoeve vande gemeene saecke ofte domeynen s'Lants van Utrecht". Transportregister. Stadsarch. Utr.

Sluiten