Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vanden voorss. convente", en met de andere helft, vermeerderd met ƒ. 100, waarvoor een perceeltje van het Maria Magdalenaconvent was verkocht, af te lossen eene obligatie, „die 't Ceciliënconvent heeft sprekende op Abrahamdolyconvent voorss."; den rentmeester van St. Cecilia werd bevolen met de zoodoende door hem te innen f. 600, vermeerderd met f. 200, „aff te leggen acht hondert gulden capitaels , die d'armen van Buchel *) hebben sprekende op 't Ceciliënconvente voorss." 2). De obligaties , wier aflossing werd bevolen, waren geene obligaties ten laste der Stad, maar van de conventen, die op elkander zelfs zulke rentebrieven bezaten.

Van het convent van Bethlehem was land verkocht; „om te behouden het equivalent vant jaerlicx incomen vant selve vercofte landt" werd den 15den Dec. 1656 de rentmeester ervan door den Raad gelast van den koopprijs ƒ. 2600 te beleggen „op't comptoir vanden Eersten Cameraer deser Stadt" tegen 5°/0, die daarmee twee andere obligaties zou aflossen (van Engel van Brienens weduwe en van Annichjen Lamberts), terwijl de rest (ƒ. 1400) „gemortificeert" zou worden en gebruikt tot remboursement van het verschot 3) van de Gecommitteerden der Ambachtskamer 2) 4).

De Raad liet dus het door hem beheerde Bethlehemsconvent zijn geld beleggen bij de Stad als beheerder van dat convent; terwijl hij een gedeelte der conventsgelden mortificeerde, d. i. niet belegde, ten behoeve der Ambachtskamer. Evenals de weduwe van Engel van Brienen en Annichjen Lamberts haar geld bij de Stad hadden belegd, deed het convent van Bethlehem zulks.

Een dergelijke resolutie werd den 3den Aug. 1658 genomen; geapprobeerd werd de verkoop van 8 morgen land „van Nicolaiconvent" onder Polanen, „wesende leengoet des Capittels van Oudemunster"; van de kooppenningen, aldus werd door

1) Een door Jhr. v. Buchel bij zijn testament van 20 Sept. 1579 gestichte armenfundatie. Stadsarch. Utr. Inr. Afd. II. no. 753.

2) Vroedsch. resol.

3) Aan wie dit gedaan was, blijkt niet: aan de Stad of aan het convent.

4) Een door den Raad in het leven geroepen lichaam, rechtspersoonlijkheid bezittende naast de Stad zelve.

Sluiten